PROGRESSIEF NEDERLAND IS NIET VERLOREN

 

[NRC Handelsblad, 28-12-2010 ]

 

Journalisten en trendwatchers houden van heftige gebeurtenissen en als die er niet zijn, dan bedenken ze ze wel. De afgelopen tijd viel in alle toonaarden te horen dat 2010 een 'breukjaar' was. Met de komst van het gedoogkabinet kwam een einde aan een tijdperk en maakte linkse weldenkendheid plaats voor een overheersende rechts-populistische gezindheid. De progressieve consensus is verdwenen, schreef Martin Sommer in de Volkskrant over deze 'nieuwe realiteit'. 'Solidariteit is een versleten begrip.'

          In deze krant constateerde staatsrechtgeleerde Jan Vis (tot zijn spijt) dat 'veel mensen momenteel niet gediend zijn' van zaken als verdraagzaamheid en compassie. Dat gebeurde aan de vooravond van Kerstmis en Vis impliceerde dat de koningin in haar kerstboodschap rekening zou houden met deze nieuwe gezindheid. Vis' collega Jit Peters adviseerde Beatrix zelfs expliciet zich te beperken tot onderwerpen die 'politiek minder controversieel zijn.'

          En toch riep de koningin net als de afgelopen jaren op tot 'solidariteit' en bracht zij deze gezindheid in verband met persoonlijke moed, ook tijdens de oorlog betoond, en met de noodzakelijke binding tussen 'wij' en 'zij'. Drie jaar nadat zij door Wilders werd gekoeieneerd vanwege een kersttoespraak 'vol multiculti-onzin', persisteerde zij onverstoorbaar bij haar pleidooi voor gemeenschapszin en tolerantie.

          Is het Beatrix dan ontgaan dat Nederland geen boodschap meer heeft aan linkse praatjes? Het tegendeel lijkt waar: de koningin voelt de onderstroom in het gedachtegoed van Nederlanders beter aan dan menig professioneel waarnemer. Haar kerstboodschappen kunnen aanspraak maken op het epitheton 'prudent progressief' waarmee Nederland zichzelf in de jaren zeventig placht te feliciteren. Een bedaard soort progressiviteit die zich niet laat meeslepen door de waan van de dag.

          In de Nederlandse politiek was die prudentie de afgelopen decennia ver te zoeken. Nederland sloeg door in politiek-correcte ideeën, die nu weer moeten worden geredresseerd. Met de komst van het gedoogkabinet komt dat proces in een stroomversnelling, maar van een omslag naar een rechts-conservatieve consensus is geen sprake. Nederland blijft, zoals Beatrix goed aanvoelt, een land met een overwegend progressieve, liberale en tolerante cultuur.

De tolerantie ten opzichte van minderheden is hoog. Homoseksualiteit wordt veel meer geaccepteerd dan in andere West-Europese landen. Volgens een recent onderzoek door de Duitse socioloog Detlef Pollack denkt 62 procent van de Nederlanders positief over moslims, veel meer dan in Frankrijk, Denemarken en Portugal, en twee maal zo veel als in Duitsland.

          Op grond van deze uitslag stelde Pollack Nederland ten voorbeeld aan zijn eigen land, waar de politieke correctheid pas dit jaar werd doorbroken met het verschijnen van Thilo Sarrazins boek Deutschland schafft sich ab. Duitsers hebben op het gebied van het integratiedebat 'veel in te halen', zei Pollack. En Mark Rutte staat klaar om Nederland opnieuw tot gidsland uit te roepen. 'Ik heb de bondskanselier geprezen,' zei hij in november op bezoek bij Angela Merkel, 'en respect getoond voor het feit dat nu ook in Duitsland het integratiedebat is begonnen.'

In eigen land worden zulke uitspraken niet door iedereen verwelkomd. Als teken aan de wand van de nieuwe rechtse orde wordt een 'omgekeerde' politieke correctheid gesignaleerd. Wat voorheen taboe was, is nu het voorgeschreven gedachtegoed, en andersom.

          Inderdaad staan multiculturele ideeën tegenwoordig bloot aan serieuze kritiek, maar de vergelijking met politieke correctheid klopt niet. Politiek-correcte standpunten hebben betrekking op onderwerpen die maatschappelijk zo gevoelig liggen dat ze buiten het openbare debat worden gehouden. Zulke onderwerpen worden in verband gebracht met gedachten en gedragingen die ten diepste worden verafschuwd en gevreesd, zoals in onze cultuur fascisme en jodenvervolging.

          In de laatste decennia van de vorige eeuw was de gevoeligheid op het gebied van racisme en discriminatie zo sterk uitgedijd dat alleen al het refereren aan etnisch verschil aarzelingen opriep. Maar op het ogenblik is van zulke aarzelingen geen sprake. Nederland heeft een open, vrij en veelzijdig discussieklimaat. Alles wat binnen de wet valt, kan worden gezegd en wordt ook gezegd. Bovendien gaan er stemmen op om die wettelijke ruimte nog te vergroten door het verbod op discriminerende opmerkingen te beperken tot uitspraken die aanzetten tot fysiek geweld.

          Van 'omgekeerde' politieke correctheid is dus geen sprake, maar de oude politiek-correcte reflexen bleken dit jaar nog springlevend. Zie Thomas von der Dunk, Ella Vogelaar en Job Cohen, die Wilders' aanhang op één lijn stelden met die van de nazi's in de jaren dertig.

          Minder vérgaand maar met hetzelfde oogmerk - het debat ontlopen - waren de vele omschrijvingen van Wilders' kiezers in termen van 'rancune' en 'ressentiment'. Een stem op de PVV dient alleen om 'de eigen verongelijktheid kortstondig uit te leven', schreef socioloog Ton Zwaan. Adriaan van Dis sprak van 'een groep kwaaie, tekortgedane, rancuneuze kiezers.' Voor Anil Ramdas bestaat een groot deel van Wilders' aanhang uit 'white trash, 'tokkies', 'primitief', 'zonder moraal' en 'boers'. En de Indonesische ambassadeur vatte samen dat de Wildersstemmers simpelweg 'psychotisch' zijn.

          Ook volgens Nelleke Noordervliet mobiliseert Wilder de rancune van het volk: 'Hij heeft geen verdere argumenten nodig.' Zij voegde er een nauwgezette beschrijving aan toe van Wilders' uiterlijk. De manier waarop hij zijn mond beweegt voor hij iets gaat zeggen, 'is bepaald afstotend, evenals de bult op zijn lip (net of het vlekkie groter wordt). Aan zijn haar, dat hij laat uitgroeien, ligt geen doordachte coup ten grondslag. Zijn hoofd staat op een iets te lange nek.' Nou, lijkt Noordervliet te willen zeggen, dan weet je het wel...

          Een hele reeks deelnemers aan het publieke debat denkt dus nog steeds dat Wilders het beste kan worden bestreden over de band van irrationaliteit, pathologie en gezichtscriminologie à la Lombroso. Anderen zoeken hun heil in vervloekingen en bezweringen. Zo profeteerde bijna de helft van de BN'ers die werden geportretteerd in het kerstnummer van het NRC-weekblad dat Wilders volgend jaar tot de 'verliezers' zal behoren: 'Zijn partij, de PVV zal geheel in duigen vallen.'

          Het meest opmerkelijke aan deze vorm van Wildersbestrijding is niet eens haar intellectuele niveau, maar vooral haar al lang bewezen ineffectiviteit. Ja, dat zal de zaak goed doen, als je op Wilders stemt en vervolgens te horen krijgt dat je een rancuneuze dommekracht bent!

          Gefrustreerde tokkies uit de achterbuurten? Uit onderzoek is keer op keer gebleken dat de PVV-aanhang zowel naar opleidingsniveau als naar welstandsklasse tendeert naar het Nederlands gemiddelde. 'De Wilders-stemmer normaliseert', constateerde TNS/Nipo-medewerker Peter Kanne vorig jaar. Waaraan SCP-directeur Paul Schnabel toevoegde dat hoger opgeleiden waarschijnlijk al eerder op Wilders stemden, maar daar aanvankelijk niet voor uit durfden te komen.

Het is voor de betrokkenen te pijnlijk om toe te geven, maar het is diezelfde politiek-correcte vooringenomenheid die doorslaggevend was voor de totstandkoming van het gedoogkabinet. Niet een omslag naar rechtse politieke ideeën.  Waarschijnlijk zijn de politieke denkbeelden van Nederlanders stabieler dan de verkiezingsuitslagen laten zien. In de laatste decennia van de vorige eeuw was kritiek op de heersende politieke correctheid al wijder verbreid dan men durfde toegeven. Aan de andere kant blijkt uit onderzoek onder Wilders' kiezers dat heel wat van hen zijn rabiate anti-islam ideeën niet delen. Bij een onderzoek door bureau Synovate in 2009 bleek dat slechts de helft van zijn kiezers in Wilders de juiste man zag om premier te worden.

          Geen heftige ideologische omslag - wat dan wel? Het gedoogkabinet is de vrucht van een combinatie van toevallige ontwikkelingen. Door de crisis hebben mensen - zowel linkse als rechtse - tijdelijk meer aandacht voor de eigen portemonnee dan voor zaken als milieu en integratie, bleek dit jaar uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarnaast is Wilders waarschijnlijk een vluchtheuvel voor kiezers die moeilijk kunnen voldoen aan de hoge eisen van globalisering en een kennissamenleving. Ook dat is geen uiting van een ideologische omslag - als die partij niet verwikkeld was geweest in leiderschapsperikelen, hadden veel van deze mensen zich waarschijnlijk tot de SP gewend.

          Maar het schrijnendst is de rol die het toeval heeft gespeeld doordat links zich verkeek zich op de salonfähigheid van Wilders. Tijdens de formatie bleef de PvdA zich vastklampen aan haar politiek-correcte wereldbeeld en maakte daarmee het speelveld vrij voor rechts.

          Dat is ook schrijnend omdat daardoor broodnodige correcties van de overheersende marktideologie achterwege blijven. Het 'rechtse' beleidspakket van meer markt, minder overheid dat in de jaren tachtig opgang maakte, is niet minder doorgeslagen en aan redressering toe dan de 'linkse' issues die tien jaar eerder opkwamen. Alleen al de voorbeelden die dit jaar de aandacht trokken, leveren een afschrikwekkende lijst op: de bankencrisis, het falen van de geprivatiseerde en in stukken geknipte NS, de op winst gerichte 'bedrijfscultuur' bij Hogeschool Inholland, wanbeleid en misbruik op kinderdagverblijven, waar sinds 2005 de markt regeert.

          Dat de vermarkting van publieke functies niettemin vrolijk kan doorgaan, is een politieke bijvangst van de VVD, binnengehaald dankzij het genoemde pakket van toevallige omstandigheden. Het debat over dit soort kwesties - het klassieke links-rechtsonderscheid in de zin van overheid versus markt - speelde bij de formatie een ondergeschikte rol. n Nederland leeft een brede verontwaardiging over de genoemde misstanden in de geprivatiseerde zorg- en dienstensector, die haaks staat op de gedachte van een heftige politieke 'verrechtsing'. Links had hier kansen, links was hier hard nodig, maar liet het schieten doordat het er nog steeds niet in slaagde zijn politiek-correcte oogkleppen af te leggen. 'We zijn allemaal verjaagd', zei PVV-Kamerlid Martin Bosma onlangs in de Volkskrant. 'Weggejaagd uit links.'

           

 

Terug naar overzicht met artikelen