GEEN OVERWINNINGSDAG VOOR NEDERLAND

 

[NRC Handelsblad, 30-4-2011]

 

Vorig jaar reisde ik twee maanden door Rusland, van Sint-Petersburg naar Vladivostok. We vertrokken kort na 9 mei, de dag waarop de Duitse capitulatie voor het Rode Leger wordt gevierd. Pobeda, Overwinning, was het eerste Russische woord dat ik onderweg leerde. Iedere stad waar we uit de trein stapten, bulkte van de enorme billboards waarop de heldendaden van de sovjetsoldaten werden vereeuwigd.

          In Rusland geen timide radiospotjes met de opwekking eerst te herdenken en dan te vieren. Geen beknibbelarij, zoals bij ons rond de vraag of 5 mei nu wel of niet als nationale feestdag moet worden gevierd, en wie op die dag wel of niet vrij krijgt. De overwinning in de 'Grote Vaderlandse Oorlog' wordt uitbundig gevierd, sinds een paar jaar ook weer met groot militair vertoon.

          Het Russische soldatenuniform wordt met trots gedragen, ook als stijlicoon. Op youtube is een prachtig filmpje te zien van de tweelingzusjes Tolmachevi die, tien jaar oud, op Overwinningsdag 2007 een uitzinnig Rode Plein toezingen in soldatenpakjes, compleet met laarzen en kepi. Ze zingen van Katjoesja, het meisje aan de mistige rivier dat verlangt naar haar lief, die aan de verre grens het land verdedigt.

          Op 19 mei zag ik in Sint-Petersburg het leger in Pruisische paradepas voortmarcheren over de Moskovski Prospekt, een volksallee, gegarneerd met sovjetsuikertaarten in strak symmetrisch gelid. Bij het al even enorme overwinningsmonument stond een peloton meisjes in grijs uniform militaresk te trappelen op de maat. 'MBD' las ik onder hun epauletten. Russische variant van de Bund Deutscher Mädel? vroeg ik me onwillekeurig af.

          Want ik kan er niks aan doen, maar ik word narrig bij de aanblik van militaire uniformen. En ik zal de enige niet zijn, van mijn generatie naoorlogse Nederlanders. De dienstplicht ontlopen, alle middelen geoorloofd - desnoods via S5. De NATO-taptoe, geregisseerd door Carel Briels - weg ermee! Het was een sentiment dat zich vanuit linksige studentenkringen verbreidde over een groot deel van de bevolking. Het 'Oudstrijderslegioen'... militair rusthuis Bronbeek... pittoresk maar door weinigen in het hart gesloten.

          De Nederlandse soldaat heeft het dan ook nooit gebracht tot icoon van de Tweede Wereldoorlog. Bij ons viel militaire verering alleen ten deel aan de bevrijders. Aanvankelijk in de persoon van de frisgewassen Canadees die in zijn jeep de Berlagebrug over kwam rijden. Later, toen de oorlog vooral het verhaal werd van rassenwaan en massamoord, in het beeld van de gebruinde en weldoorvoede G.I., enorm vergeleken bij de uitgeteerde kampoverlevenden die hij kwam bevrijden. De geharde maar ook barmhartige Amerikaan die, ontredderd over wat hij in Auschwitz en Dachau aantrof, met tranen in de ogen de eerste nood poogde te lenigen.

* * *

         

Uit de verhalen over de oorlog, vooral over hoe de oorlog was verdwenen, waren me ook beelden bijgebleven van de Russische soldaat. Marion Blumenthal bijvoorbeeld beschreef in haar boek Vier gelijke stenen hoe ze door de Russen werd bevrijd in een trein vanuit Bergen-Belsen. Op een ochtend werden de deuren opengeschoven en sprongen mannen in uniform naar binnen die 'Uhr, Uhr!' riepen. 'Een aantal van hen had een hele arm vol horloges.'

          Ook de Russische dragonder uit Schindler's List die als eerste aankomt in het Tsjechische Brünnlitz, waar Oskar Schindler meer dan duizend joden in een nepfabriek door de oorlog heeft geloodst, blinkt niet uit door medeleven. 'Ik weet niet waar jullie heen zouden moeten', zegt de gedrongen vechtersbaas in mottig veldgrauw, terwijl hij de teugels van zijn paardje losknoopt om verder te trekken. 'Ga niet naar het oosten - zoveel kan ik jullie wel zeggen. Maar ga ook niet naar het westen.' Geen hulp, geen bemoediging - alleen het advies om in de buurt maar wat huizen te gaan plunderen.

          Die avond komen er meer Russen naar Schindlers fabriek. Ze zijn op zoek naar vrouwen. Een van hen heeft er al een gegrepen en ziet pas van zijn voornemen af als iemand hem een pistool tegen het hoofd drukt. Maar in de groep van de Amsterdamse Leny Boeken, ook door de Russen bevrijd in Tsjechië, wordt het wel menens. 'Onze bevrijders bleken Mongoolse soldaten te zijn,' schrijft ze in haar boek Breekbaar, maar niet gebroken. 'Een aantal vrouwen en meisjes is door hen verkracht.'

          In haar artikel 'Het grote zwijgen' (Trouw, 17-1-2009) heeft Jolande Withuis uitgebreid gedocumenteerd dat de massaverkrachtingen door Russische soldaten niet alleen kunnen worden teruggevoerd op primitief overwinnaarsgedrag waarbij de vrouwen van de verslagen vijand als een soort krijgsbuit worden onderworpen en vernederd. Ook vrouwen die net bevrijd waren in Auschwitz en Ravensbrück kregen met Russische verkrachters te maken. Evenals joodse vrouwen die in Berlijn als onderduiker de oorlog hadden overleefd, zwangere en net bevallen vrouwen in kraamklinieken, kinderen en bejaarden.

          In haar documentaire Befreier und Befreite (1992) kwam cineaste Helke Sander tot een totaal van bijna twee miljoen verkrachte vrouwen tijdens de opmars van het Rode Leger. De daders, vaak straalbezopen, gingen uiterst gewelddadig te werk, in veel gevallen met de dood van hun slachtoffer als gevolg. Stalin vond het best dat de mannen zich 'een beetje amuseerden'. Goebbels, met zijn waarschuwing voor een Mongolensturm, kreeg gelijk.

          Dat waren de beelden die mij uit de oorlogsliteratuur waren bijgebleven van de Russische bevrijder: de onverschillige vechtjas en de verkrachter. Een reis door Rusland in de meimaand doet daar niet aan af, maar voegt daar wel aan toe. De rol van de Russen bij het beëindigen van de oorlog wordt door ons niet naar waarde geschat. En dat inzicht verschaft ook een ruimer perspectief op ons eigen oorlogsverhaal.

          Rusland en Nederland vertegenwoordigen twee uitersten in oorlogservaring. Dat begon ik me te realiseren toen ik in Tomsk het oorlogsmonument bezocht. Tomsk ligt in Siberië, ver buiten het gebied waar de krijgshandelingen zich afspeelden. Toch heeft het monument er zoals in iedere Russische stad een hallucinerende omvang: een lange reeks marmeren gedenkplaten met de namen van de streekgenoten die in de oorlog sneuvelden.

          Nederland kent maar één oorlogsmonument van zo onbevattelijke proporties: de gedachtenismuur in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, vanwaar de meeste Nederlandse joden zijn weggevoerd. De muur geeft alleen de familienamen te zien. Geen monument is groot genoeg om de namen te bevatten van de meer dan honderdduizend Nederlandse joden die door de nazi's werden gedood. Hun namen en gegevens zijn alleen bijeengebracht op een 'digitaal monument'.

          Van de Nederlandse joden werd in de oorlog driekwart om het leven gebracht, het hoogste percentage van alle West-Europese landen. Toch is het aantal vermoorde joden, vermeerderd met de andere Nederlanders die in de oorlog omkwamen, gering als aandeel van de hele bevolking, als je het vergelijkt met de Sovjet-Unie. In Nederland kwam ruim 2 procent van de bevolking om het leven, in de Sovjet-Unie meer dan 13 procent.

          In de Sovjet-Unie werden tien keer zoveel joden vermoord als in Nederland: 1 miljoen. Van het totale dodental - 24 miljoen - was dat echter maar een klein deel. Alleen al bij het beleg van Leningrad kwam een even groot aantal mensen om het leven. In Nederland lagen de verhoudingen precies andersom: een relatief laag aantal doden, van wie meer dan de helft uit joden bestond. Bij ons leed vooral een minderheid, terwijl de meerderheid overwegend afzijdig bleef. 

         

* * *

De Russische en de Nederlandse oorlogservaring vormen ook in een ander opzicht elkaars spiegelbeeld: zij wonnen, wij verloren. Zij vieren Djen Pobjedi, Overwinningsdag, wij Bevrijdingsdag - de dag waarop we door anderen werden ontzet.

          Terugzien op de oorlog staat in Rusland in het teken van gedenken en vieren. De treurnis over de verloren mensenlevens wordt verlicht door trots en vreugde over de overwinning. In Nederland valt er niet veel te vieren, in weerwil van het reclamespotje van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Bij ons is de herinnering aan de doden vooral vermengd geraakt met gevoelens van schaamte en inkeer. Terugzien op de oorlog staat niet in het teken van gedenken, maar van herdenken.

          Het waren niet steeds de zelfde doden die werden herdacht. Aanvankelijk - in een tegen beter weten in gekoesterde mythe van nationale morele verdienstelijkheid - gold de herdenking vooral degenen die zich hadden teweergesteld: militairen en verzetsstrijders. De 'gevallenen'. Ik herinner me hoe ik midden jaren vijftig voor het eerst met mijn ouders mee ging naar de dodenherdenking bij het monument in onze buurt. Ik wist wie we op vier mei herdachten: onze joodse familieleden van vaderskant die de oorlog niet hadden overleefd. Maar bij het monument hoorde ik de Last Post blazen en sprak iemand over 'sterven voor het vaderland'. Het had niets te maken met de oorlogsherinnering bij ons thuis, met de weinige woorden en beelden waarin die vervat was geraakt.

          Vanaf de jaren zestig veranderde dat: de 'gevallenen' werden overvleugeld door de 'slachtoffers'. Slachtoffers waarvan? Van de Duitse rassenwaan. Nog weer later volgde een nieuwe omslag en kreeg de rol van de omstanders meer aandacht. Nederland 'herdenkt' dus ook in de betekenis van: opnieuw de gedachten bepalen. Het karakter van de oorlogsherinnering is voortdurend in discussie, met als inzet een nooit eindigend zelfonderzoek. Wie was goed, wie fout, wie grijs? Hoe moet het gedrag van de meerderheid achteraf worden beoordeeld? Door de jaren volgen beelden en revisionismen elkaar op. De grondtoon is er steeds meer een geworden van twijfel en vertwijfeling. Het had anders gemoeten - maar hoe had het anders gekund?

          In Rusland is geen sprake van zulke pijnlijke vragen, van broeiende schuldgevoelens of van een opeenvolging van retrospectieve zelfbeelden. Hier geen aansporingen om uit naam van het gebeurde zacht te zijn voor elkaar. Hard zijn tegen de vijand, daar gaat het om. Ook geen pogingen om de betekenis van de oorlog opnieuw te interpreteren, te verbreden of te actualiseren - de herinnering is veelbetekenend genoeg.

          In Rusland blijft een held een held, goed blijft goed, fout fout en grijs nonexistent. Zoals Russische iconen frapperen vanwege hun onveranderlijkheid door de tijden heen, blijft het beeld van de Grote Vaderlandse Oorlog bewaard als icoon van Russische opoffering en triomf.

          Het verschil tussen de twee landen laat zich samenvatten in de constatering dat in Rusland een dubbele overwinning wordt gememoreerd en in Nederland een dubbele nederlaag. Dubbel, want zij wonnen en wij verloren zowel in militair als in moreel opzicht. De Russen wonnen ten koste van veel doden, van wie de meesten vielen in de strijd. Wij verloren ten koste van relatief weinig doden, van wie de meesten onder onze ogen werden weggevoerd als slachtoffers. Ook bij ons sneuvelden moedige militairen en verzetslieden, maar het waren er weinigen.

          Intussen steeg tijdens de oorlog het Nederlandse geboortental en floreerde zeker in de eerste jaren de economie. Soldaten van de Duitse bezettingsmacht vonden het in ons land prima uit te houden, blijkt uit foto's en getuigenissen. Hun collega's in Rusland vertelden heel andere verhalen - als ze terugkwamen.

* * *

De essentie van die tweede, morele, nederlaag is - hoe kan het anders - het meest pregnant verwoord door Harry Mulisch. Zij bestond volgens hem hieruit dat wij ons de 'omgekeerde discriminatie' lieten aanleunen die ons door de Duitsers als 'mede-Germanen' werd gegund (Haagse Post, 17 maart 1979).

          Ook op dat punt verkeerden de Russen in de tegenovergestelde positie. De Duitsers hadden Lebensraum nodig en die werd vanouds vooral in oostelijke richting gezocht. Daartoe moest Oost-Europa leeg worden opgeleverd. Het Generalplan Ost voorzag in het elimineren van vijftig miljoen mensen; niet alleen joden, ook de Slavische volkeren waren Untermenschen.

          De Russen waren dus nauwelijks in staat hun joodse landgenoten te helpen. Als je het zo bekijkt, had Stalin niet helemaal ongelijk met zijn weigering de joden als aparte categorie oorlogsslachtoffers te beschouwen. In ieder geval had hij daarmee méér gelijk dan de Nederlandse regering, die de eerste jaren na de oorlog een soortgelijk standpunt huldigde: iedereen had geleden en er mochten geen groepen worden uitgezonderd omdat ze meer hadden geleden dan andere. Was die stelling in Rusland tot op zekere hoogte gerechtvaardigd, in Nederland berustte ze zonder meer op geschiedvervalsing.

          Maar stel dat de Russen wél in de positie waren geweest de joden meer hulp te verschaffen, zouden ze dat dan hebben gedaan? Dat valt te betwijfelen. Anders dan Nederland heeft Rusland een lange traditie van antisemitisme en pogroms, waarbij behalve moord en mishandeling ook weer verkrachting op grote schaal voorkwam. Tijdens de oorlog hielp de bevolking van de Baltische landen enthousiast mee bij het uitroeien van de joodse bevolking en behoorden Oekraïeners tot de meest notoire kampbeulen. Berustte de morele nederlaag die de oorlog voor Nederland inhield, vooral op 'de zonde van de nalatigheid' - Rusland moet nog in het reine komen met een heel wat zwartere kant van zijn oorlogsverleden. Met misdaden, niet begaan door Stalin of de Partij, maar door gewone soldaten en andere Russen. Door het liefje van Katjoesja, dezelfde die met zijn niets ontziende krijgslust zo'n grote bijdrage leverde aan onze bevrijding.

           

 

Terug naar overzicht met artikelen