'LATEN ZE DE STATUTEN NOG EENS NALEZEN', Discussie Oude Kerk

 

[d'Oude Binnenstad, december 2012]

 

In de Amsterdamse binnenstad is commotie ontstaan over de plannen met de Oude Kerk. Begin dit jaar is een nieuwe directeur aangesteld, Jacqueline Grandjean, die de kerk in 2013 wil 'heropenen' als 'kunsthal'. De plannen zijn neergelegd in een 'Masterplan', dat in oktober is gepresenteerd.

      Hoe denkt men bij de voornaamste gebruiker van de kerk, de protestantse Oude Kerkgemeente, over dit plan? d'Oude Binnenstad legde deze vraag voor aan Eddy Reefhuis, predikant van de gemeente, en Jasper Klapwijk, voorzitter van de kerkenraad.

      'Er is veel enthousiasme dat er nieuwe dingen zullen gebeuren die in de kerk passen en dat er nieuwe groepen bezoekers zullen komen,' zegt Eddy Reefhuis. 'Maar er zijn ook gemeenteleden die er helemaal niks in zien omdat ze denken: wat gaat er met de kérk gebeuren?'

Jasper Klapwijk: 'Een aantal gemeenteleden heeft bezwaar tegen de mogelijke aantasting van het gebouw als religieus monument. Er is van het masterplan een eerste versie naar buiten gekomen, waarin werd gesproken over doorbraken maken en dingen weghalen uit de kerk. Dat heeft voor veel onrust gezorgd.'

d'Oude Binnenstad: Ook in het huidige plan wordt nog gesproken van het weghalen van kerkbanken, omdat ze 'obstakels zijn voor de presentatie'.

Reefhuis: 'De grote kerkbanken bij de toreningang staan ook mij in de weg, moet ik zeggen. Ik dacht dat ze er in de twintigste eeuw waren neergezet. Maar nu blijkt dat ze veel ouder zijn. Je ziet ze pontificaal staan op schilderijen uit de zeventiende eeuw. Dus weghalen, dat gaat zomaar niet. Daar gaan we het met de directeur over hebben.'

Klapwijk: 'Er zijn overigens zeker dingen die weg zouden kunnen. Naast dingen met historische waarde staat er veel rommel in het gebouw. Als dat weg kan, zou dat ons een lief ding waard zijn. Maar we hebben wel grote bezwaren tegen de voorgenomen aanpassingen aan de toogkamer en de spiegelkamer. Dat zijn zeventiende-eeuwse stijlkamers die bedoeld zijn voor het voorbereiden van de eredienst. Volgens het plan moet daar horeca komen.'

d'Oude Binnenstad: En modern meubilair, de zeventiende-eeuwse meubels moeten weg.

Klapwijk: 'Die stijlkamers zíjn zeventiende-eeuws, dat hoort bij het gebouw. Het is niet een kwestie van: wat voor stijl zullen we daar eens kiezen.'

d'Oude Binnenstad: Heeft de kerkgemeente daar wel zeggenschap over?

Reefhuis: 'Niet rechtstreeks, maar wij hebben als wijkgemeente van de Protestantse Kerk Amsterdam wel een gebruikersovereenkomst met de Stichting De Oude Kerk. Ik ben bang dat de Stichting op dit punt die overeenkomst niet goed heeft gelezen. Bovendien gaat het om meer dan een overeenkomst. Dat er diensten zijn op zondag, is een doelstelling van de Stichting, dat staat in de statuten. Het gebruik van de stijlkamers is een van de oorspronkelijke functies van het gebouw. Dus waar die horeca moet komen, daar moeten we het met de Stichting nog eens over hebben.'

Klapwijk: 'Het idee om meer met kunst te doen, is overigens wel in overeenstemming met onze eigen wensen. Het is ook een goede manier om de kerk exploitabel te houden. We hebben liever dat dat gebeurt door kunst dan door verhuur voor houseparties. We hebben op dat gebied al een aantal heel positieve ervaringen, zoals de Museumnacht, de tentoonstelling van de Rietveld Academie en de expositie Art in Redlight.'

Reefhuis: 'Na zo'n expositie als Art in Redlight ben ik wel blij dat het na een week weer weg is, want dan staat de kerk vol. Iets met ruimte doen, vind ik spannend, maar als de ruimte daarmee gevuld wordt, hebben we een probleem. De Oude Kerk is helemaal niet een ruimte die uitnodigt om jezelf groot in te maken. Ik zou het vervelend vinden als de kerk gevuld wordt met statements van een of andere kunstenaar die zo nodig moet laten zien wie hij is. En het zou me helemaal niet verbazen als dat misverstand toch een keer plaatsvindt.'

d'Oude Binnenstad: Het 'masterplan' staat vol met dat soort statements, het laat als voorbeeld een serie enorme ruimtelijke objecten zien. Is dat niet diametraal tegengesteld aan wat jullie bedoelen?

Reefhuis: 'Laten we eerst eens kijken wat er gebeurt. Nadenken over wat er in het gebouw gebeurt vinden we prima, dat is door de eeuwen heen altijd zo geweest. En wat mij erg aanspreekt, is dat de nieuwe directeur veel oog heeft voor het reflectieve karakter van het gebouw. Als zij over kunst spreekt, heeft ze het altijd over kunst die uitnodigt tot bezinning, die mensen boven zichzelf uit laat stijgen. Ik ben het erg met haar eens dat het niet een monopolie van de kerken is om daarover na te denken.'

d'Oude Binnenstad: Wordt die sfeer van verstilling en reflectie juist niet verstoord doordat er zo vaak tentoonstellingen zullen zijn?

Klapwijk: 'Daar kunnen we nu nog niks van zeggen. Als religieus monument is de kerk van internationaal belang. Dáár komen mensen voor, het Hollandse zeventiende-eeuwse kerkinterieur, de plek waar Rembrandt is getrouwd. Wel moet ik bekennen dat ik van een aantal zinsneden over die verhouding met contemplatie en religie nogal ben geschrokken. Zo lees ik in het plan dat de kerk als religieus monument geen betekenis meer heeft in de huidige atheïstische wereld. Ik snap dat niet, want een heleboel buitenlandse bezoekers hebben die atheïstische overtuiging niet. En van de Nederlanders duidt maar veertien procent zich als "atheïst" aan. 

        Ook het onderwerp muziek vonden we in het masterplan stiefmoederlijk behandeld. Onze Sweelinckvesper en kerstnachtdienst worden bijvoorbeeld heel goed bezocht. Dus de gedachte dat daar niemand op afkomt, klopt niet.

        Dat zijn voor ons punten om met de directie een dialoog over aan te gaan. De directeur wil dat ook. Wat ik dan wel weer raar vind, is dat dat een dialoog zou moeten zijn "zonder religieuze of politieke invloeden". Nou, dat kan ik niet. In een kerk een open dialoog hebben zonder religieuze invloed, vind ik wel héél ingewikkeld.'

d'Oude Binnenstad: Het is in overeenstemming met het voornemen om van de kerk een kunsthal te maken. Dat zie je ook aan de voorbeelden die in het plan worden genoemd: de Dominicanenkerk en de Kruisherenkerk in Maastricht en de Sint-Pietersabdij in Gent. Allemaal gebouwen die geen religieuze functie meer hebben.

Klapwijk: 'Het is maar wat je met "kunsthal" bedoelt. Veel mensen zijn daarover gestruikeld: de Oude Kerk is immers geen kunsthal maar een kerk. Daar moeten we het over hebben. Maar daar hebben we vertrouwen in, we hebben met de nieuwe directie goed en open overleg. Daarvoor is nu een drietal gesprekken gepland.

      Wel was het beter geweest als die gesprekken eerder hadden plaatsgevonden. Qua procedure is het raar aangepakt. Het masterplan dat nu op een persconferentie is gepresenteerd, is niet het definitieve plan. Het Stichtingsbestuur heeft het ook nog niet goedgekeurd. Het was handiger geweest van te voren te overleggen met de kerkgemeente, Monumentenzorg en de buurt. Op deze manier creëer je nodeloos een hoop weerstand.

      In het plan zien we ook nauwelijks iets over de manier waarop de Stichting omgaat met de buurt. Het belang van de relaties met de buitenwereld wordt te weinig onderkend, vinden wij.'

Reefhuis: 'In onze gemeente leven dus vier bezwaren: de monumentale waarde, ons partnership, de rol van muziek, en het contact met de buurt en met andere stakeholders. Het gesprek daarover zien we met vertrouwen tegemoet. Wat bij ons vooropstaat, is de ambitie die we in de nieuwe plannen zien. We kunnen eisen stellen aan wie we hier willen hebben. We stellen als Oude Kerk wat voor.'

 

Terug naar overzicht met artikelen