'WAARHEEN FIETSER, WAARHEEN FIETST GIJ?'

 

[Te Voet, april 2008]

 

Pfff, het zat er op. Drie kwartier praten op de Wandel- en Fietsbeurs over de pelgrimage naar Santiago de Compostela. Hoewel ik mijn eigen bedevaart al in 1989 volbracht, en nog wel in de verkeerde richting, mag ik toch af en toe komen opdraven om erover te vertellen.

      Speurend keek ik de zaal in: vragen? Een man stond op en keek me verwijtend aan. 'Hebt u ook nog tips voor fietspelgrims?' Verdorie! Ik had me nog zó voorgenomen ook af en toe het woordje 'fiets' te laten vallen. Helemaal vergeten!

      Freudiaanse omissie. Ik kan er niks aan doen, en vertel het niet verder, maar ik kan 'fietspelgrims' niet helemaal serieus nemen. Toen ik een paar jaar geleden opnieuw in Compostela was, zag ik hoog boven de pelgrimsroute een gemotoriseerde paraglider voortbrommen naar de heilige stad. Een fietser lijkt een beetje op zo'n luchtreiziger.

      De grootste charme van een wandeltocht ligt in de spontane ontmoetingen onderweg. Ontmoetingen die tot stand komen doordat je simpelweg op hetzelfde moment op dezelfde plek bent als iemand anders. Beweeg je je voort per fiets of paraglider, dan kan dat niet. Moet je eerst afstappen of landen - dat werkt niet. Bovendien ben je op de fiets in een vloek en een zucht in Santiago... net tegen de tijd dat je een beetje in de stemming begint te komen. 'Waarheen pelgrim, waarheen gaat gij/Hoofd omhoog en hand in hand?' - zo luidt een oud en beroemd pelgrimslied. Probeer dat maar eens op de fiets te doen - krijg je meteen een bekeuring van de Guardia Civil.

      De route heet niet voor niets Camino de Santiago: de weg naar Santiago. Onderweg zijn - daar draait het om. Alle tijd hebben, dralen, praten met jan en alleman. Kilometers tellen en doortrappen in een strak time-schedule past daar niet bij. Fietsers kunnen de originele camino, de route die pelgrims al eeuwenlang hebben gevolgd, trouwens maar voor een deel berijden. Grote stukken voeren over zandpaden - of langs de grote weg! Daar moeten fietsers omrijden en een neproute volgen.

      Ik weet het... het is discriminerend en peregrinair-incorrect om er zo over te denken. Voor het aartsbisdom van Santiago, dat de officiële getuigschriften uitreikt aan arriverende pelgrims, zijn wandelaars en fietsers gelijk - allemaal kinderen van één vader. Ook die paraglider heeft de Compostela waarschijnlijk in ontvangst mogen nemen. Wie te paard of per luchtballon arriveert, heeft officieel ook recht op het begeerde document. Maar zelf voel ik me meer verwant met de hospitaleros van pelgrimsherbergen onderweg, die een strikt voortrekkingsbeleid voor wandelaars hanteren. 's Zomers, als de pelgrimsstroom aanzwelt, mogen fietsers wel overnachten, maar pas als er nadat de laatste wandelaar is binnengedruppeld nog bedden vrij zijn. In het andere geval geldt onverbiddelijk: neem je fiets op en fiets naar een ander bed.

           

 

Terug naar overzicht met artikelen