ONTWIKKELINGSHULP: EEN WIN-WINSITUATIE?

 

[Website MyWorld: MyWorld Event 2013]

 

Ik mag hier voor u de 'dagsluiting' verzorgen. Dat klinkt een beetje dominee-achtig, ik ben vandaag uw dominee van dienst. En een goede dominee hangt zijn preek op aan iets dat hem op weg naar de kerk is overkomen. Laat ik dus ook iets vertellen dat mij onlangs overkwam. Twee jaar geleden was ik met een groep 'sociale toeristen' op bezoek in Malawi. We bezochten scholen, ziekenhuizen en andere projecten die steun kregen uit Nederland. Tijdens die bezoeken viel me iets merkwaardigs op.

     In de straten van de hoofdstad Blantyre kwamen we veel bedelaars tegen. Mannen en vrouwen, vaak met een lichamelijke handicap, waardoor ze in een primitieve rolstoel zaten, of op een plankje met wielen, dat ze met hun handen voortbewogen. Het bedelen gebeurde heel beschaafd, zonder enige opdringerigheid. Voor wie dat wilde, was het gemakkelijk net te doen of hij niks in de gaten had en door te lopen zonder iets te geven. En tot mijn stomme verbazing was dat precies wat praktisch alle leden van ons groepje deden. Waren ze werkelijk zo gierig dat ze die paar kwacha in eigen zak wilden houden? Uitgesloten - dit waren allemaal mensen die vrijwillig veel tijd en geld steken in 'Het Goede Doel', zoals hun hulporganisatie heet.

     Nee.. er moest iets anders aan de hand zijn. Plaatsvervangende schaamte, verlegenheid, ongemak vanwege deze barre confrontatie met het enorme verschil. Dat de meeste bedelaars zich letterlijk in een nederige positie bevonden - in die rolstoel of op dat plankje - maakte het helemaal genant. Om ze een aalmoes te geven, moest je letterlijk 'uit de hoogte' en 'neerbuigend' te werk gaan. Dat konden mijn reisgenoten niet over hun hart verkrijgen.

In andere tijden en andere culturen gebeurde en gebeurt het geven van aalmoezen zonder enig ongemak. Integendeel - het geeft een mooi gevoel en vaak koop je er ook nog een plaatsje in de hemel mee. Typisch voorbeeld van een win-winsituatie! De christelijke bijbel is daar heel duidelijk over. Officieel mag je nooit iets geven met het oogmerk er zelf 'beter van te worden'. Niemand mag het zien, zelfs je linkerhand mag niet weten wat je rechterhand doet. Maar at the end of the day is er toch Eén voor wie het niet onopgemerkt is gebleven. Wat je nu geeft, zal God je later in de hemel vergelden.

          'Vergelden', zo staat het letterlijk in de Statenvertaling. Een vette bonus dus, maar dan - om in economische termen te blijven - in de vorm van uitgesteld dividend. Zo was het vroeger. Maar in het moderne, onttoverde christendom is barmhartigheid een twijfelachtige verdienste geworden. Letterlijk: je verdient er niks meer mee in het hiernamaals, en het is ook maar de vraag hoe verdienstelijk het eigenlijk nog is om rijk te zijn en dan iets weg te geven. Losgebroken uit zijn traditionele religieuze context, is barmhartigheid een armetierig surrogaat geworden voor daadwerkelijke naastenliefde in je alledaagse leven.

     Naastenliefde is horizontaal, barmhartigheid gebeurt van boven naar beneden. Met dat inzicht deed onbehagen zijn intree. De switch van ontwikkelingshulp via ontwikkelingssamenwerking naar handel is dan ook niet alleen te verklaren uit overwegingen van doelmatigheid. Ze weerspiegelt ook een verlangen naar verlichting van ons eigen onbehagen.

     Mij lijkt dat het veelbesproken succes van China in ontwikkelingslanden mede in dit licht kan worden verklaard. De Chinezen maken zonder omhaal duidelijk dat ze ook iets terug willen zien. Daarmee behandelen ze hun partners als gelijkwaardig: geen lieverkoekjes maar business. Geen onbehagen, maar respect.

Die trend is niet specifiek voor het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Overal in de samenleving zie je een omslag van hulp naar zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. De aanleiding is duidelijk: de crisis. Maar op de achtergrond speelt ook het debat over de vraag welke voordelen dit nadeel oplevert. Culturele instellingen zonder subsidies, oude mensen zonder gratis verzorgingshuis, verstandelijk gehandicapten die op eigen houtje de bus nemen omdat het instituutsbusje is wegbezuinigd - allemaal krijgen ze dankzij de crisis de kans om boven zichzelf uit te stijgen.

     Dat is dus weer een heel andere win-winsituatie. De hulpbehoevenden winnen aan zelfrespect. De gevers hoeven zich niet meer 'neerbuigend' op te stellen en zijn nog goedkoper uit ook! Maar natuurlijk is er ook een andere kant. Als je zo doorredeneert, is het verleidelijk om er maar helemaal mee op te houden, met geld geven. Door niks meer te geven zelfrespect kopen voor de arme Afrikanen! Heel Nederland, de verantwoordelijke minister incluis, klampt zich tegenwoordig vast aan die redeneertruc om een lullige miljard in eigen zak te houden.

     Gek genoeg doet deze redenering me denken aan de reacties die ik kreeg toen ik lang geleden een reportagereis maakte langs hulpprojecten van de Memisa in Latijns Amerika. Het was in de jaren zeventig, en mijn linkse vriendjes - die had je toen nog - spraken er schande van. Hoe kon ik me inlaten met dat soort katholiek liefdadigheidsgedoe? Latijns Amerika had een revolutie nodig - 'goede werken' hielden de daarvoor noodzakelijke Verelendung alleen maar tegen.

     Toch.. er is niks nieuws onder de zon. Want wat destijds bon ton was onder mijn marxistische vriendjes, hoor je nu van de rechter zijde. De redenering verschilt, de slotsom is dezelfde: laten we onze centen in onze eigen zak houden, daarmee bewijzen we die arme negertjes een dienst! Ooit beroemden we ons op onze generosity. Bill Gates, op bezoek in Nederland, liet geen gelegenheid onbenut om ons daarmee om de oren te slaan. Hij mag dat doen: met zijn Giving Pledge - club van miljardairs die minstens de helft van hun fortuin weggeven - redt hij mensen die zonder klassieke hulp zouden doodgaan, zoals HIV-patiënten. Tegen linkse kritiek dat hij after all toch maar een dikke kapitalist is, kan Gates zich gemakkelijk verweren: het doel heiligt de middelen. Niks linker- en rechterhand. Voor de draad ermee, zodat er een competitie op gang komt tussen rijke Amerikanen wie het meeste weggeeft. Gates is een barmhartige Amerikaan.

    

Ook in Nederland hebben we grootverdieners die het beste met de Derde Wereld voor hebben onder het motto 'Het doel heiligt de middelen'. Commercie en het goede doel gaan tegenwoordig hand in hand, niet alleen in het nieuwe evangelie van trade, not aid, maar ook in de barmhartigheidsmarkt zelf. Zo herinner ik me een grote advertentie waarin een communicatie-adviesbureau vroeg om 'projectleiders Goede Doelen'. Een van de vereisten om te solliciteren was: 'aantoonbare affiniteit met goede doelen', en een van de 'prima secundaire arbeidsvoorwaarden' bestond uit 25 procent winstdeling!

     De moeder van alle win-winsituaties is gerealiseerd door de vier oprichters van de Postcodeloterij, die volgens zakenblad Quote ieder goed zijn voor minstens veertig à vijftig miljoen euro. 'Goed zijn' mag je hier in beide betekenissen opvatten: de vier worden alom geëerd om hun werken van barmhartigheid. Zij geven een heel nieuwe invulling aan Jezus' advies de linkerhand niet te laten weten wat de rechter doet. Toen een van hen, pater Simon Jelsma, twee jaar geleden overleed, werd hij in de rouwadvertenties bijna heilig verklaard. Toch weet ik niet of paus Franciscus daar zo'n voorstander van zou zijn. Deze paus kent als geen ander Jezus' uitspraak in Matthaüs 19 dat eerder nog een kameel door het oog van een naald zal gaan dan dat een rijke ingaat in het Koninkrijk Gods.

     Ook pater Jelsma zal gevonden hebben dat het doel de middelen heiligt. In omnibus respice finem - Houd in alles het doel voor ogen - was zijn lijfspreuk. De vraag is alleen: welk doel? De mannen van de Postcodeloterij houden er volgens mij een heel andere lijfspreuk op na: Give your cake and eat it.

     De Postcodeloterij speculeert op de laagste menselijke impulsen: de angst dat je buren rijk worden en jij niet. Het bedrijf heeft een lange geschiedenis van overtredingen van de reclame- en telemarketingregels en kreeg vele malen waarschuwingen en boetes opgelegd door de Reclamecodecommissie, de OPTA en de rechtbank. Alles voor het Goede Doel, uiteraard.

Het Goede Doel? O ja, dat was de naam van die lui uit Tilburg die zich het vuur uit de sloffen lopen om hongerige kinderen in Malawi wat eten en onderwijs te geven. En die desondanks gekweld worden door schaamte en onbehagen als ze op straat een bedelaar tegenkomen. Nee... dat onbehagen waarvan ik sprak, is dus niet algemeen. De lui van de Postcodeloterij hebben er geen last van. Ze wentelen zich in welbehagen. Van mij zullen ze nooit een cent krijgen. Mijn geld gaat naar Het Goede Doel en naar andere kleine clubs die initiatieven op touw zetten die hen persoonlijk niets opleveren: geen plek in het hiernamaals, geen geld, zelfs geen gevoel van  welbehagen. Geen win-winsituatie! Helemaal niks, behalve respect en dankbaarheid.

           

 

Terug naar overzicht met artikelen