KASTEEL GROENEVELD: OORD VAN VERBINDING ÉN STENNIS-CENTRUM

 

[GRNVLD 16/2013]

 

Lang voordat het officieel zo zou worden aangeduid, was Kasteel Groeneveld voor mij al een 'oord van verbinding'. Een plek waar het gewone leven raakt aan het exotische en verwegge. We woonden in het Gooi en op zondag gingen we wandelen. Een ommetje over de hei, maar soms tartten mijn ouders het onbekende en liepen we helemaal naar het verste punt van waar we nog met de bus van de NBM, de Nederlandsche Buurtvervoer Maatschappij, terug konden naar huis. Dat was halte Groeneveld.

     Van een afstand staarden we naar het mysterieuze landhuis aan de rand van het diepe woud. De geheimzinnigheid werd nog verhoogd door wat zich afspeelde binnen de muren van het schilderachtig verwaarloosde gebouw. Wat het precies was, wisten we niet, maar het had iets te maken met een geheime clan van kunstenaars die daar bloot schenen rond te springen in de vervallen salons tussen het afbladderend handbeschilderd behang.

     Groeneveld was toen al een vrijplaats voor ongebonden geesten die hun creativiteit de vrije loop lieten. Een oord van onaangepastheid en rebellie. Maar hoe gaat het met opstand en rebelsheid in Nederland? Altijd is er de verleiding van aanpassing, consensus en het haalbare.

     Zo bezocht Simon Vinkenoog, in de jaren zestig een van die wilde Groeneveldgasten, het kasteel veertig jaar later opnieuw, ditmaal om de geneugten van het volkstuintje te bezingen. Het was het startschot voor een tentoonstelling en een debattenreeks over 'de hortus popularis waarover je vanjenooitniet ooit raakt uitgepraat,' aldus Vinkenoog. Hij zette dat nog eens kracht bij door de bijeenkomst af te sluiten met zijn arcadische gedicht Tuinwerk:

Zonder groen is het niet te doen

Zonder groen geen eerste zoen

Groen in Nederland... je kan je erin vermeien, laten zien wat we nog hebben. Of je kan je erover opwinden, aan de kaak stellen wat wordt bedreigd. Groeneveld als kenniscentrum of als 'stenniscentrum'. De opeenvolgende directeuren balanceerden op het slappe koord tussen die twee polen. Ze wisten ruim dertig jaar overeind te blijven.

     De gemeenschappelijke noemer van hun inspanningen werd mooi verwoord door Pim Kooy bij de presentatie van Erwin Karels boek De natuur is ook maar een mens over Groeneveld als Nationaal Centrum voor bos, natuur en landschap, 1982-2007. De mensen zitten in ons land nu eenmaal overal aan, zei hij, dus laten we zorgen dat ze dat op een verantwoorde manier doen, zodat er nog iets moois en aangenaams overblijft tussen strakke ruilverkaveling en 'nieuwe natuur'.

     Eigenlijk laat een blik op het park van Groeneveld dat al precies zien. Toen ik er met mijn ouders rondliep alvorens de bus terug te nemen, vond ik dat maar een saaie vertoning. Veel te aangelegd, geen echte natuur! Maar nu ik weet wat natuur nog is in dit land, geniet ik van deze Engelse landschapstuin. Natuurlijk, die slingerende waterpartijen en onverwachte doorkijkjes zijn door mensen gemaakt, wat wil je in Nederland.

     Heel passend is het ook dat de lanen van het park soms gebruikt worden als vergader- en debatruimte. Groeneveld is 'een plek om buiten de gebaande paden te denken'. Maar helemaal de wilde natuur in? Dat nou ook weer niet.

Kasteel Groeneveld signaleert en neemt stelling 'tot aan de verste grens waartoe een ambtelijke dienst kan gaan,' zo luidde de ambitie waarmee het Nationaal Centrum voor bos, cultuur en landschap in 1982 van start ging. Prompt gevolgd door de toevoeging: 'Maar wel genuanceerd.'

     Die ambtelijke dienst was Staatsbosbeheer, sinds 1940 eigenaar van de buitenplaats. SBB ressorteerde onder het ministerie van Landbouw, maar Werner Paans, de eerste directeur, wist Den Haag op afstand te houden. Hij besteedde veel aandacht aan educatie en schoolbezoek en organiseerde succesvolle tentoonstellingen voor een breed publiek.

     Paans, van oorsprong graficus, gaf ook kunst een belangrijke plek in de programmering. Een expositie over M.C. Escher trok 45.000 bezoekers. Maar volgens Groeneveldbiograaf Erwin Karel bleef de invloed van het kasteel op het maatschappelijk en beleidsdebat in die periode beperkt. De binding met de thematiek van bos, natuur en landschap was niet altijd even sterk.

     'Groeneveld werd toen wel getypeerd als cultureel centrum voor Baarn en omstreken,' zegt Sim Visser, die in 1999 Paans opvolgde. Met de directiewisseling veranderde dat. Visser, landschapsarchitect en beeldend kunstenaar, wilde Groeneveld profileren als 'oord van verbinding' op het grensvlak van beleid en samenleving. Het kasteel moest het maatschappelijk debat over de groene ruimte aanzwengelen, ook om beleidmakers te beïnvloeden.

     Meteen in zijn eerste jaar organiseerde hij een grote tentoonstelling over de toekomst van het Groene Hart naar aanleiding van het project Green Heart Vision van het Amerikaanse echtpaar Harrison. Typisch 'Visser' was ook een expositie en debat over de wildgroei van 'hybride landschappen' in Nederland. Groeneveld moest een 'Future Centre' worden, waar mensen in alle vrijheid konden nadenken en debatteren over bedreigingen en dilemma's.

     In 2007 trad opnieuw een andere directeur aan, socioloog/planoloog Jan Hartholt, met een nieuwe visie op de taak van Groeneveld. 'Buitenplaats voor stad en land' werd de nieuwe benaming van het kasteel. Stad en land moeten opnieuw met elkaar worden verbonden. Voedselvoorziening speelt daarbij een belangrijke rol.

     Het Groeneveld van Jan Hartholt zoomde dan ook in op duurzaamheid en voedselkwaliteit. Consumenten moeten zich bewust zijn van de samenhang tussen voedselproductie, -transport en -gebruik en de gevolgen daarvan voor onze leefomgeving. Vernieuwend was de opzet van een 'Groeneveld Forum' om de daarmee verbonden dilemma's te bespreken. In 2010 vond bij het tweede forum, 'Wroeten in de relatie tussen mens en dier', een rechtszaak plaats over dierenrechten, met het publiek als jury. Na afloop werd het varken dat de inzet was van het proces, feestelijk opgepeuzeld (na een biologisch verantwoord varkensleven).

 

Zelf ken ik Groeneveld, behalve van die uitstapjes met mijn ouders, van de Programmaraad die minister Veerman in 2003 instelde om hem te adviseren over het programma van Kasteel Groeneveld en om als klankbord te fungeren. Behalve met inhoudelijke kwesties hielden we ons uitgebreid bezig met de organisatorische inbedding van het kasteel. Groeneveld vond nooit een rustige en veilige institutionele inbedding. Steeds waren er voornemens, soms uitgevoerd, soms weer teruggedraaid, om delen van het takenpakket bij een andere dienst, een ander directoraat of een andere instantie onder te brengen.

    Uiteindelijk belandde het kasteel door de fusie tussen de ministeries van Landbouw en Economische Zaken in 2010 bij EL&I, terwijl Staatsbosbeheer het park beheert. Daarmee werd Groeneveld een ondergeschoven kind: de leiding van het economische ministerie heeft weinig op met instanties die geld kosten in plaats van op te leveren. De crisis maakte de zaken er niet beter op.

     Zo komt er op 1 januari 2014 een einde aan drie decennia kennis- en debatcentrum Groeneveld. Staatsbosbeheer krijgt ook het gebouw terug en moet maar zien wat het ermee doet. Belangrijke activiteiten als de jaarlijkse Groeneveldprijs en -lezing worden voortgezet door de Stichting Groeneveld, maar dit blad, deze onwaarschijnlijk mooie glossy GRNVLD die vanaf 1999 is verschenen, houdt op te bestaan.

     Als ik omzie naar Groeneveld, schiet me het citaat van Cees Nooteboom te binnen dat ik in GRNVLD las. Toen hij het kasteel voor 't eerst zag, leek het 'een onbenaderbaar droomgezicht uit de verte, verlichte ramen waarachter schimmen bewogen die op mijn fantasie werkten.' Later maakte hij zelf deel uit van het kunstenaarsvolkje dat het kasteel frequenteerde.

     Zo is het ook mij een beetje vergaan. Jaren na die eerste aanblik uit de verte mocht ook ik naar binnen, voor die vergaderingen van de Programmaraad. Na afloop, 's avonds, keek ik altijd even om. Dan zag ik dat droomgezicht... een schitterend buitenhuis, feeëriek verlicht. En fantaseerde dat een minister uit Azerbeidzjan of Somaliland hier zou staan, die moest raden wat de functie was van dit gebouw. Hoofdkwartier van het ministerie van olie? De nationale bank? Misschien was het te mooi om waar te zijn. In ieder geval: zo is de natuur, alles verandert, niets beklijft. Groeneveld heeft een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het besef dat iets van natuur en landschap niet zonder inspanning behouden blijft. Het floreerde in een periode waarin die waarden sterk onder druk stonden, maar waarin óók het geld voorhanden was om die bedreigingen bespreekbaar te maken. Dat laatste was mooi meegenomen.

           

 

Terug naar overzicht met artikelen