De ziekte en de gêne

 

[My World, juni 2014]

 

Hoe zou het toch met aids zijn? Hiv en aids zijn uit onze belangstelling weggezakt door de komst van betere medicijnen. Daarmee lijkt ook de gêne weggeëbd waarmee de ziekte was omringd.

   'De ziekte.' The disease. In Afrika, waar de epidemie nog voortwoekert, verhindert schaamte het noemen van haar naam. Je sterft daar aan longontsteking of tbc. Dat verminderde weerstand door hiv in feite de boosdoener is, mag in een eercultuur tot geen prijs genoemd. Binnen de kortste keren zou iedereen dan weten dat je de zonde hebt bedreven en word je tot paria gedegradeerd.

   Daarmee blijft een taai maatschappelijk dilemma gehandhaafd. Ieder individu handelt rationeel door te volharden in stilzwijgen (anders word je immers uitgestoten), maar voor het geheel van allen is het resultaat desastreus, doordat het probleem onbespreekbaar blijft.

   De schaamte waarmee aids in Afrika wordt omringd, verschilt van die bij ons. In het westen ging het niet zozeer om de connotatie van seksueel onzedelijk gedrag, maar eerder om de eenzaamheid van stervenden in onze cultuur. Wie machteloos op zijn einde moet wachten, belandt in een extreme underdogpositie. Nu medicijnen het overlijdensgevaar sterk hebben verminderd, neemt ook de gêne af.

   Dat wij openhartig kunnen zijn op seksueel gebied, komt doordat we een cultuur van privacy en zelfbeschikking hebben ontwikkeld. Daardoor kunnen we anderen in vertrouwen nemen. Een collectivistische samenleving staat dat niet toe. Juist waar verantwoordelijkheid voor familie en gemeenschap hoog in het vaandel staan, worden 'besmette' groepsleden aan hun lot overgelaten. Een meer 'sociale' omgang met hiv-patiënten vereist dus paradoxaal genoeg een verzwakking van groepsnormen en een meer individuele levenshouding. De groei van de Afrikaanse economie en de opkomst van een middenklasse zouden daaraan kunnen bijdragen. Maar hoe snel? Eerculturen zijn taai, helaas.

         

 

Terug naar overzicht met artikelen