ABU JAHJAH HEEFT ZICH IN NEDERLAND VERGIST

 

[ NRC Handelsblad, 8 maart 2003 ]

 

Ben je bang voor mij? Zo heette een bijeenkomst in het Amsterdamse Paradiso, gewijd aan de verhouding tussen islamitische en andere Nederlanders. De vraag was retorisch bedoeld. Toch zullen veel Nederlanders als ze eerlijk zijn antwoorden: ja, we zijn bang. De oorzaken zijn bekend: problemen met jonge Marokkanen, de gebeurtenissen van 11 september, het begrip en de sympathie voor Osama en Saddam onder niet onaanzienlijke percentages Nederlandse moslims, unverfroren antisemitische uitingen bij anti-Israël demonstraties.

         In het openbare debat is de door dit alles gewekte angst tot nu toe nauwelijks naar voren gekomen. Een andere bijeenkomst, in de Balie, droeg als titel Stigma: Marokkaan! Wie bang is voor Marokkanen, die stigmatiseert, zo werd daar vastgesteld. Nederlanders, en vooral de Nederlandse media, moeten zich schamen dat ze de problemen zozeer hebben 'uitvergroot'. Deze redenering is ook een belangrijke pijler onder het gedachtegoed van de Arabisch-Europese Liga. Als autochtonen bekennen bang te zijn voor moslim-activisme, maken ze zich schuldig aan het criminaliseren en stigmatiseren van de islam.

         Na aldus bang-zijn te hebben verboden, kent de AEL zichzelf een vrijbrief toe om naar hartelust te dreigen en intimideren. De ene AEL-voorman laat weten graag Amerikaanse soldaten in body bags te zien, de andere beleefde een soort euforie toen hij op 11 september mensen van de Twin Towers zag neerdwarrelen, een derde heeft begrip voor het plan alle joden te vergassen. Tegelijk verwacht de AEL dat wij haar liefdevol in ons huis verwelkomen - en ook daarbij wordt weer een dreigende toon aangeslagen. 'Wij zijn samenwonend,' aldus Aboe Jahjah. 'De AEL is gevaarlijk voor iedereen die ons als gast voor de eeuwigheid beschouwt.' Wij Nederlanders moeten ons huis dus delen met mensen die zich verkneukelen over de dood van onze huisvrienden, en die begrip hebben voor degenen die op ons eigen leven uit zijn. Zijn wij daartoe niet bereid, dan wordt ons eigen huis 'gevaarlijk' voor ons.

         Hiermee zijn de nieuwe huisregels niet uitgeput. De AEL wil deze gedachten ook in alle vrijheid onder volgende generaties propageren: de onderwijsinspectie mag de lessen op islamitische scholen niet inhoudelijk beoordelen. Dus als in de kinderkamer van onze gezamenlijke woning geroepen wordt dat alle joden aan het gas moeten, dan mogen wij ons daar niet mee bemoeien.

         Het is opmerkelijk dat Nederland ondanks deze angstaanjagende uitspraken juist niet aan het stigmatiseren is geslagen. De media blijven genuanceerd in hun weergave van standpunten en problemen. Nu de periode van politiek-correcte zelfcensuur voorbij is, zou je kunnen vrezen voor een intolerante of stigmatiserende reactie. Niets daarvan is zichtbaar. Iedereen herhaalt tot vervelens toe dat de 'kutmarokkanen' slechts een klein deel uitmaken van de Marokkaanse bevolking. Ondanks de grote 'hindermacht' van deze minderheid en zonder veel hulp van de zwijgende moslim-meerderheid, houden Nederlanders en Nederlandse media uit alle macht vast aan het beginsel dat je niet mag generaliseren. Dat bewijst de hoge graad van beschaving die we hier hebben bereikt. Daarover past ons een gevoel van trots.

 

* * *

 

De AEL streeft naar 'integratie met behoud van eigen taal en cultuur' - dezelfde frase die lange tijd toonaangevend was voor het Nederlandse beleid. Tegenwoordig is er veel kritiek op die benadering. Gedwongen inburgering en taalonderwijs zijn nu in de mode en sommige politici willen het islamitisch onderwijs afschaffen.

         Toch valt er in beginsel weinig tegen in te brengen als mensen graag binnen hun eigen groep willen leven. In Nederland hebben de joden dat eeuwenlang gedaan, de Chinezen tientallen jaren. Beide groepen woonden in eigen buurten, spraken een eigen taal en vonden hun werk in eigen, specifieke beroepen. Ook in het tijdperk van de globalisering is zo'n levenswijze nog mogelijk, zoals de Antwerpse joden laten zien. Wie op zaterdag door hun wijk wandelt, waant zich in een exotische wereld.

         Met betrekking tot de joden of de Chinezen in de lage landen was het nooit nodig, gewichtig te confereren over de minima moralia van een 'multiculturele samenleving'. Wat de voorwaarde was voor 'integratie met behoud van eigen identiteit', was nogal logisch: dat andere mensen geen last van je hadden, en dat je blijk gaf van een 'positieve grondhouding' ten opzichte van de rest. Zo waren de Nederlandse joden altijd zeer gezagsgetrouw en grote fans van het Huis van Oranje.

         Ook de eerste generaties 'gastarbeiders' stelden zich positief op. Voor hen waren welvaart, gezondheid, huisvesting en zorg bijzondere verworvenheden. Ze mochten delen in de gangbare Nederlandse arrangementen voor sociale verzekering, sociale woningbouw, omroep, godsdienst en onderwijs. Het anti-discriminatiebeginsel werd hecht in de wet verankerd. Door dit alles zijn er in ons land geen echte getto's ontstaan en hebben racistische partijen nooit veel aanhang verworven.

         De tegenwoordig veel gehoorde stelling dat ons integratiebeleid mislukt zou zijn, is dan ook onjuist. Dat beleid was succesvol - maar eenzijdig. Op het gebied van de rechten hebben we het goed gedaan, waarschijnlijk beter dan ieder ander Europees land. Tegelijk hebben we gefaald op het gebied van de plichten. 'Zaakwaarnemers' uit de etnische gelederen wisten handig in te spelen op de Nederlandse ontvankelijkheid voor schuldgevoelens. Daardoor werden aan de zielige 'nobele wilden' - ook aan de spijbelaars, drop-outs en criminelen onder hen - te weinig eisen gesteld.

         De laatste jaren zijn de bakens verzet: er wordt nu ook over plichten gepraat. De zaakwaarnemers van tegenwoordig, zoals Aboe Jahjah, hebben heimwee naar die goeie ouwe knuffelbenadering. Ook zij maken aanspraak op respect - als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. Nu speculeren op schuldgevoel niet meer helpt, wordt er gespeculeerd op angstgevoel. De AEL streeft niet naar het verwerven van respect, maar eist het op: 'Respecteer me of je krijgt problemen!' Probleem is dat de positieve grondhouding, benodigd voor integratie, daarmee even uit beeld is geraakt.

 

* * *

 

Over de bonte verzameling contradicties en ongerijmde eisen waarmee de AEL zich presenteert, vallen drie dingen te zeggen: de AEL is een stel draaikonten, volgens de AEL is het nooit goed, en de AEL is een blessing in disguise.

         De AEL is een stel draaikonten omdat ze haar dreigementen en intimidaties bij voorkeur zo verwoordt dat ze er niet op kan worden aangesproken. Ze worden altijd om een hoekje geformuleerd. Interim-bestuurslid Naïma Elmaslouhi zegt niet dat ze de leuze 'Joden aan het gas' prima vindt, maar dat ze die 'niet afkeurt', subsidiair 'wel begrijpt'. Aboe Jahjah jongleert, gevraagd naar zijn gemoedstoestand op 11 september, met bewoordingen als 'niet zo triest', 'niet geshockeerd' en 'wel begrijpend maar niet goedkeurend'. AEL-sympathisant Mohammed Benzakour schreef in deze krant dat Nederland het zal bezuren als het meedoet aan een oorlog tegen Saddam. De vaderlandse moslims zullen zich dan 'dwingender en virulenter dan ooit' verbinden met geloofsgenoten aan de andere kant van de globe. Het klinkt dreigend genoeg, maar Mohammed is nergens op vast te pinnen.

         Volgens de AEL is het nooit goed, omdat ze de Nederlandse bevolking confronteert met een double bind: een combinatie van onverenigbare eisen. De AEL wil spugen op onze doden, erop los stigmatiseren en vrienden zijn met degenen die ons naar het leven staan, en eist tegelijk dat wij haar hartelijk verwelkomen in ons huis.

         De AEL is een blessing in disguise omdat zij gedachten en gevoelens zodanig extremiseert dat de 'zwijgende meerderheid' van Nederlandse moslims niet langer haar mond kan houden. Aboe Jahjah krijgt voor elkaar wat Ayaan Hirsi Ali niet is gelukt. Met haar greep naar de vrijheid wist Hirsi Ali binnen de moslimwereld geen debat op gang te krijgen. Jahjah dwingt vanuit de tegengestelde positie tot stellingname. Hij predikt geen vrijheid maar angst en intimidatie. Ook in eigen kring: moslims die geen Arabisch spreken, duidde hij aan als 'verraders'.

              Aboe wordt wel omschreven als het spiegelbeeld van Pim Fortuyn, maar hij is eerder de omgekeerde Janmaat. De afgelopen week namen steeds meer Nederlandse moslims afstand van hem. Ze moeten wel, willen ze niet op één hoop worden gegooid met dit afschrikwekkende voorbeeld. Jahjah heeft zich in Nederland vergist. De haatdragende en intimiderende uitspraken van de AEL-leiding vallen hier niet in vruchtbare aarde. Daarvoor zijn de mensen die Nederland bevolken - mede door het gedeeltelijke succes van ons integratiebeleid - te gematigd en te tolerant.

 

Terug naar overzicht