EXPEDITIE NAAR DE DIEMEN TRIANGLE
(voorpublicatie uit boek 'Schuifgroen')

 

[ Groeneveldblad, 2/2003 ]

 

Dieper en dieper dringen we door in de Diemerscheg. De ruimte is hier opgedeeld in een wirwar van minuscule plotjes. Tel het aantal driehoekjes, overgebleven in de oksels van spoor- en wegbundels die elkaar ontmoeten of juist weer verlaten.

         Eén zo'n driehoekje, ingeklemd tussen de oude Muiderstraatweg, de Weteringweg en het spoor, herbergt zowaar nog een stukje echt weiland met knabbelende schaapjes. 'Hmm,' zegt Duco Stadig, 'dit driehoekje komt natuurlijk ook ter discussie. Het is "overland".' Later hoor ik dat dit landje inderdaad op de nominatie staat om te wijken voor bos of bedrijventerrein. Niet tot vreugde van de inwoners van Diemen. Op een inspraakavond verzetten zij zich hevig tegen het opdoeken van de laatste boerderijen in de polder. Daarmee verdwijnt immers ook de laatste kans voor hun kinderen om nog eens wat koeien en lammetjes in de wei te zien.

         We naderen de Diem, waar een laatste strook bos luistert naar de naam PEN-bos. Anderhalve boom en een rietkraag, plus verantwoorde wandelroute uiteraard, met bordjes. Een opnieuw opgeworpen aarden batterij uit de Stelling van Krayenhoff, begin negentiende eeuw aangelegd als voorloper van de Stelling van Amsterdam. Verderop een rond paviljoentje met info & bankje. 't Is om totaal ibbel van te worden, maar ik besluit ook eens wat aardigs tegen de wethouder te zeggen, en merk op dat ik er niet aan moet denken hoe zo'n gebied er aan de rand van Madrid of Lyon uit zou zien.

         'Hoezo dan?' vraagt hij wantrouwig. 'Dat zou één grote verzameling rotzooi en allerhande troep zijn,' antwoord ik, en ik meen het. Het mag hier een rommeltje zijn, en een landschappelijk-correct gefröbel met schaambosjes - het is in ieder geval een rommeltje waarover is nagedacht. Het is hier niet verloederd, zoals in Osdorp. Misschien doordat Diemen een echte gemeente is in plaats van een halfzachte deelraad.

         Bij het PEN-bos wordt het uitzicht op de Diem versperd door een reeks particuliere bouwsels en domeintjes die de oever hebben geprivatiseerd. De gemeente wil ze weg zien te krijgen: de oever moet weer openbaar worden. Prima idee - maar het zal nog wel even duren voor het zover is. 'Ze hebben geen budget om ons uit te kopen,' vertelt een jongen die hier een uniek stekkie heeft voor zijn buitenmodel stacaravan.

         We wippen even onder het spoor en de A1 door om een blik te werpen op de Overdiemerpolder, die nog voor de helft aan verbossing heeft kunnen ontkomen. Ondanks de nabijheid van de weg oogt dit deel van de Diem nog heel landelijk, met een flink stuk open veenweidegebied. Er staan een paar nog werkende boerderijen, compleet met hooiberg en kraaien in een waaiboom. Bij een van de boerderijen liggen plastic zakken in een doos. 'Onbespoten appels: 1 euro per zak.' En kalebassen, vijf voor 1 euro.

         Even verderop een Belse villa met veel welvende dakkapellen en een overhuifde ingangspartij waar een ziekenuis trots op zou zijn. Waarschijnlijk het bekende verhaal: krot afbreken en bouwen maar. De oude betonnen brug van de boerderij ligt er nog. Eigenlijk moesten we daar een dwangbevel in de boerengroene gietijzeren brievenbus douwen, voor verbelgings-opcenten.

         Aan de overkant zien we Diemen-Noord met zijn rij van flatgebouwen langs het kanaal. Helemaal niet lelijk, robuust in de lijn van het kanaal en de bomensingels erlangs. Eerlijke hoogbouw, in tegenstelling tot de wildgroei van ruimtevretende bungalows ernaast.

         Bij het gemaal Overdiemerpolder lopen we de bewoonster van de dienstwoning tegen het lijf. Of het bos nog verder zal worden uitgebreid, vraag ik. 'Vind je 't zo niet genoeg dan?' klinkt het snerpend, en ze wijst naar de dreigende bosrand een halve kilometer achter haar huis.

         Vrolijk worden we er niet van. Nog even en de Diem, een oeroud water dat nu nog een soort stoerheid weet te bewaren, is definitief getemd, vertrut en ingesnoerd door verkeerswegen, villaatjes en treurbos. Door de zuidpunt van de Overdiemerpolder komt ook nog een nieuwe vierbaanssnelweg naar IJburg te lopen; de Diemerscheg kan dan definitief worden bijgezet in het grote ditjes-en-datjes-voor-elk-wat-wils-kabinet dat Nederland heet. Wijkje, weggetje, bosje, beestje, villaatje, plasje - natiebreed eender.

         En toch - de Diemerscheg is verbazend taai, hoe smal hij ook is. Ondanks alle bedreigingen gaan er nog steeds mensen doorheen, de grote ruimte tegemoet. Op de kanaaldijk worden we bijna omvergereden door een buurman, per racefiets onderweg van de Voorburgwal naar zijn moeder in Naarden.

 

Weer steken we een spoorbrug over, nu over de Diem. Verder over het schouwpad langs het spoor. Rechts van ons ligt, tussen het spoor en de A1, weer zo'n ministukje weiland, opgeluisterd door een bunker. We passeren een rijtje tegen het spoor aangeknutselde volkstuintjes met zelfbouwkotjes. Daarna zien we de eerste zerken van de joodse begraafplaats opdoemen.

         Mijn hart begint sneller te kloppen, want hier ligt aan de linkerkant het meest vergeten van alle overgeschoten driehoekjes die de Diemerscheg rijk is. Mijn hele leven zie ik deze bermudadriehoek van Diemen al uit de trein liggen als een getuigenis van het onmogelijke: dit is een plotje waarmee helemaal niets gebeurt! Een stukje 'onland', over het hoofd gezien in het hart van alle hectiek. Eindelijk kan ik nu een poging wagen dit hart van niemandsland te betreden.

         Eerst nemen we afscheid van Duco Stadig, want om de driehoek te bereiken moeten we de brede spoorbaan oversteken, een verboden actie die een wethouder niet past. De spoorwegdriehoek Diemen, twaalf hectare groot, maakte deel uit van een groter weidegebied, maar werd door de aanleg van de spoorboog richting WTC-Schiphol afgesneden. Sindsdien is het gebied eigendom van NS Vastgoed en omsingeld door spoordijken.

         Maar hoe die driehoek te betreden? Naast het spoor ligt een brede sloot. We lopen erlangs en speuren naar kansen om over te steken. Ook hier waren vroeger volkstuintjes, maar die zijn onteigend met het oog op de komende spoorverdubbeling. Bij een van de vervallen huisjes leidt een overwoekerd stenen trapje naar omlaag. We loeren naar binnen en zien een oud fornuis plus niks. Maar achter het erf ligt een plank over de sloot!

         Fazanten en patrijzen vliegen op als we eraan komen, we zien een oude nestkast. Dit is het oostelijk deel van de driehoek, dat in gebruik is gegeven aan ringslangen, roofvogels en hagedissen: een natuurcompensatieproject als voorschot op de spoorverdubbeling. De beesten mogen als een soort kraakwacht fungeren in afwachting van een echte bestemming. Het project is van de grond getild door Geert Timmermans, dezelfde die ons een paar dagen geleden begeleidde in het Geuzenbos en de Osdorper polders. Twaalf jaar geleden werkte hij voor het Ingenieursbureau NS en luidde de alarmbel over de ringslangen ter plekke. Hij maakte een 'ringslangvriendelijk inrichtingsplan', dat in 1998 werd beloond met een Europese prijs vanwege de 'uitstekende integratie van railuitbreiding en ringslanghabitat'.

         Verderop zien we een weiland waarop wat schaapjes grazen. Maar hoe daar te komen? Het is hier vochtig en een samenstel van slootjes dwingt ons tot een zig-zagroute. Het zou me niks verbazen als dit verkavelingspatroon eeuwenoud is. Eindelijk zijn we aan de westelijke punt van de driehoek. Hier staat een toegangshek - zo komen die schaapjes dus hier. Er scharrelt een kleine man rond met grijs haar en een spijkerpetje, die verbaasd opkijkt. Zijn wij soms die mensen die de ram komen brengen?

         Ja, hij is de baas van de schaapjes, vertelt hij met een zwaar accent. Franco heet hij, ooit in Amsterdam gearriveerd als Italiaans gastarbeider, nu gepensioneerd en amateurboer. Hij pacht het landje van de NS, officieel als kinderboerderij. 'Ik kan hier een beetje rust zijn. Deze stoek heb geen nut meer - is te ver weg. Andere boeren hebben er niets aan en in de wienter is het hier nat.' Melken en kaas maken doet hij niet. 'De melk is voor de lammeren. Ik verkoop mijn schapen aan handelaar. Ik weet ongeveer waar ze terecht koom maar wil nie weten.'

         Behalve schaapjes heeft hij ook een pony, kippen, fazanten en patrijzen - zelf gekweekt en hier losgelaten. 'Ik ben hier elke dag te vind,' zegt hij, 'maar 's nachts gebeuren soms rare dieng. Jongens kwamen schapen gejat in de lammertijd. En dertig kiep in twee dagen meegenoom. Alle kiepe weg! Een kiep kost een knaak.'

          Weten ze daar bij de gemeente soms meer van? 'Zijn kippen vraten alle zandhagedissen op,' vertelt stadsecoloog Martin Melchers ons later. 'Die Italiaan zijn we liever kwijt dan rijk. Die driehoek is niet optimaal ingericht.'

 

Terug naar overzicht met artikelen