'MISTER POLITIEK CORRECT' GEEFT HET PAARD EEN PETSJ
(coreferaat Abel Herzberglezing 2000)

 

[ Trouw, 19 september 2000 ]

 

Ed van Thijn staat in brede kring bekend als Mister politiek correct. In de jaren zeventig en tachtig was dat een titel waarop je je nog eens kon laten voorstaan, maar de laatste tijd zit de klad erin. Van Thijn heeft nu een originele tegenzet bedacht: hij heeft zijn hypercorrecte outfit opgepoetst en legt hem als nieuw in de etalage. Politieke correctheid, daar moeten we juist méér van hebben! Degenen die de aanval op de politieke correctheid hebben ingezet, moeten eerst maar eens naar hun eigen kijken. Zij zijn medeverantwoordelijk voor het voortduren, ja toenemen van problemen rond immigratie en racisme.

         'Politiek correct' als geuzennaam heeft echter weinig toekomst. 'Politiek correct' is immers iets heel anders dan 'correct' in de betekenis van fatsoenlijk. 'Politiek correct' is geen ethisch, inhoudelijk begrip. Het is een sociaal, een instrumenteel begrip. Het slaat niet op een vaste codex van openbare moraal, maar op een mening die zich aansluit bij wat vandaag bon ton is.

         'Politiek correct' betekent vooral: conformistisch. Dat verklaart, als ik daar iets over mag vertellen, mijn betrokkenheid bij het onderwerp. Bij Ed van Thijn heeft de oorlog een diepe vrees voor nieuw racisme achtergelaten. Bij mij hebben de verhalen over de oorlog vooral een afkeer van conformisme teweeggebracht. Conformisme was toen zowel een belangrijk instrument van de rassenmoord, als een aspect van de afzijdigheid die de meeste Nederlanders in acht namen.

         In onze eigen tijd, de afgelopen decennia, gold het conformisme juist een strikte naleving van etnische taboes. Dat heeft naar mijn indruk de problemen in de hand gewerkt waar we nu mee kampen: achterstanden in onderwijs, Nederlandse les en werkgelegenheid, en problemen met criminaliteit.

         Ook Ed van Thijn signaleert die problemen, maar hij stelt diegenen verantwoordelijk die het eerst met de vervelende boodschap kwamen. Het jiddisj kende daar een kernachtige omschrijving voor: 'Het paard een petsj geven.' De brenger van de slechte boodschap belonen met een klinkende oorvijg.

         Bolkestein bijvoorbeeld, welke schade heeft die nou helemaal geleden, vraagt Van Thijn zich af. Is hij echt vergeten dat Bolkestein eerst een paar jaar door heel weldenkend Nederland werd verketterd? Dat Bolkesteins partij nu bijna de grootste is, heeft ze eigenhandig verdiend. Dat is het dividend - om nog even in VVD-termen te blijven - van het nonconformisme van Bolkestein.

 

Zelf ben ik ook zo'n paard dat een petsj krijgt van Van Thijn. Hij doet dat onder andere door buitengewoon selectief te citeren uit mijn boek Correct. Anders dan Van Thijn suggereert, staat daarin te lezen dat ik voorstander ben van een strikt taboe op racisme en discriminatie en een strenge wetgeving. Ik signaleer het voorkomen van racisme en racistisch geweld in Nederland, en constateer dat dit racisme de laatste tijd toeneemt, onder invloed van de problematiek van asielzoekers en allochtone criminaliteit.

         Maar ik constateer ook dat Nederland zich binnen Europa gunstig onderscheidt. Racistisch geweld komt bij ons minder voor dan in omringende landen. Racistische politici zijn niet populair. Er zijn goede mogelijkheden voor het beleven van de eigen cultuur. Echte armoedegetto's ontbreken. Voorzieningen als volkshuisvesting en sociale verzekering zijn goed geregeld.

         Toch hebben immigranten in Nederland problemen. Het zijn geen culturele maar structurele problemen. Zo is de schooluitval onder etnische leerlingen en de werkloosheid onder immigranten verontrustend hoog. Die problemen zijn niet het gevolg van racisme, eerder van de panische angst die hier in de jaren zeventig en tachtig heerste om immigranten een handje te helpen met integreren.

 

 

Wordt 'politiek íncorrect' de norm?

Ik ben het dus oneens met Ed van Thijn over de vraag hoe het allemaal zo gekomen is. Maar dat is geloof ik het enige. Verder zijn we het volgens mij over bijna alles eens. Evenals Van Thijn signaleer ik bijvoorbeeld gevallen van doorslaande politieke incorrectheid. Het overkomt me tegenwoordig regelmatig dat ik me in de arm moet knijpen en me afvraag: ben ik nou helemaal correct geworden? Ik geef een paar voorbeelden.

         In 1995 besteedde het modieuze kwartaalblad Dutch uitgebreid aandacht aan de nazi-cineaste Leni Riefenstahl. De uitgever/hoofdredacteur van het blad ging liefdevol op de foto met de 'hoogbejaarde, eigenzinnige kunstenares'. No questions asked over haar nazi-propaganda, wél zestien pagina's foto's en een arm om haar schouder. Nergens in de Nederlandse media werd over deze innige omarming iets van verbazing, laat staan verontwaardiging, genoteerd.

         Ik maak me ook druk over Robbie Muntz, de lollige Hitlerman van de VPRO, en over de gemeenteraad van Elst, die met algemene stemmen een avondklok voor asielzoekers instelde. Ik word woedend als ik zie hoe onze koningin op bezoek gaat in het Oostenrijk van Jorg Haider. EG-boycot of niet, dat doe je niet - dat is niet 'correct'. Ik weet niet wie ik de schuld daarvan moet geven: Kok of de koningin. Misschien kan Ed het me vertellen.

         Ik knijp me ook in de arm als ik zie dat asielzoekers in lekkende tenten worden gestopt als afschruikwekkend voorbeeld, of domweg met kleine kinderen en al op straat worden gezet. Of worden teruggestuurd naar landen als Zaïre, Iran en Irak. Als ze lastig zijn, komt op Schiphol een particuliere firma te hulp om kalmerende injecties te geven.

 

Afschuwelijk - maar betekent dit nu dat de politieke incorrectheid een even terroristisch regime uitoefent als voorheen de politieke correctheid? Dat lijkt me erg overdreven. Dat de dingen waar ik me druk over maak gebeuren, wijt ik niet aan racisme maar veeleer aan onverschilligheid, een gebrek aan historische kennis en een en slechte smaak.

         Tegelijkertijd vindt er in Nederland een open en levendig debat plaats over immigratie en integratie. De huidige discussie over het multiculturele dilemma is al de derde of vierde ronde van dat debat. Begin jaren zeventig begon DS '70 erover, begin jaren tachtig de Socialistiese Partij, begin jaren negentig Bolkestein, en begin jaren nul Paul Scheffer.

         Al die tijd veranderde er niet veel aan het onderwerp van het debat. Wat veranderde, was de scherpte van de tegenstelling - die nam af - en het aantal politiek minder correcten - dat nam toe. Het was eigenlijk een dertig jaar durende brede maatschappelijke discussie waarmee we ons, typisch Nederlands, zonder al te veel opschudding hebben bevrijd van de politieke correctheid.

         Langzamerhand zijn de verschillen van mening tamelijk marginaal geworden. Dat geldt voor Ed van Thijn en mij - alleen al in dit korte praatje ben ik het zeven keer met hem eens! Maar ook heel Nederland is het nu wel zo'n beetje met elkaar eens dat je van immigranten een zekere aanpassing mag vragen. Ook de meeste immigranten sluiten zich daarbij aan. Immigranten komen in opstand tegen het gebrek aan voldoende Nederlandse taalcursussen. Immigranten-ouders dreigen hun kinderen van school te halen als ze niet samen met Nederlandse kinderen les kunnen krijgen.

 

 

Dilemmafietserij

Er zijn ook geen meningsverschillen meer over de manier waarop het debat gevoerd moet worden. Van Thijn pleit voor een debat 'met inachtneming van enkele elementaire fatsoensnormen', waarbij 'partijen op verantwoordelijke en eerlijke wijze omgaan met gevoelige onderwerpen.' En vraagt zich vertwijfeld af: 'Wat is daar nu eigenlijk mis mee?' Wel verdorie - helemaal niks natuurlijk! Wat hij daar beschrijft, is precies het debat zoals het - nu de donkere decennia voorbij zijn - eindelijk plaatsvindt.

         Een voorbeeld is de losse flodder van Heleen Dupuis. Van Thijn stelt terecht vast dat Dupuis van alle kanten vanwege haar voorstel werd bekritiseerd. Alleen daaruit blijkt al dat het nog wel meevalt met die omslag naar een terreur van het politiek incorrecte denken. Net als Van Thijn vond ik het maar een akelig voorstel van mevrouw Dupuis. Maar ik heb veel liever een open sfeer waarin af en toe iemand met een doorgeslagen standpunt komt aanzetten, dan een broeierig stilzwijgen. Laten we blij zijn dat we die openheid nu eindelijk hebben verworven. Later we verder vaststellen dat we het in grote lijnen met elkaar eens zijn, en laten we overgaan tot een doortastende uitvoering van al dat moois.

         Ik bedoel: kunnen we nu eens ophouden met die modellenbouw, die dilemmafietserij en dat getheoretiseer, en het achterstallig onderhoud aanvatten van alles waar we het eigenlijk allemaal over eens zijn? Dat dat ondanks alle goede woorden nog niet is gebeurd, heeft met racisme weinig te maken. Het hangt veeleer samen met een algemeen probleem dat we in Nederland hebben: dat de overheid zich te ver heeft teruggetrokken om beleidsvoornemens nog uit te voeren. Ook Van Thijn wijst daarop: een gapende kloof tussen beleid en uitvoering, die het gevolg is van een overdosis aan netwerkdemocratie, decentralisatie en poldermodel.

         Dit algemene probleem speelt ons overal parten, maar op het gebied van etnische relaties wordt het wel heel duidelijk zichtbaar. Waardoor is de overheid er nog steeds niet in geslaagd om overal efficiënte inburgerings- en taalcursussen voor immigranten te organiseren? Doordat het rijk zelf zijn vingers er niet aan wil branden, en de uitvoering overlaat aan een schimmig conglomeraat van lokale instanties.

              Ik weet niet of je deze groteske mislukking moet wijten aan een gebrek aan 'moreel leiderschap'. We hebben onze koudwatervrees voor het doen van morele uitspraken inmiddels wel zo'n beetje overwonnen. Maar aan moreel leiderschap hebben we niet veel als het niet met daadkracht gepaard gaat. En voor daadkracht met betrekking tot etnische immigranten zijn we in Nederland - ook al verzoeken die er zelf om, en ook al is de politieke correctheid op haar retour - nog steeds een beetje bang.

 

Terug naar overzicht met artikelen