OOK OPENBARE VREUGDE VERDIENT BESCHERMING

 

[De Telegraaf, 20-11-2018
Telegraaf 20-11-18]

 

'Heb je de intocht van Zwarte Piet nog gezien... eeeh, ik bedoel Sinterklaas?' Zo ver is het al gekomen: door alle gekrakeel lijkt Piet de hoofdpersoon van de blijde intocht geworden. Maar het is niet Piet zelf, het is de Kwestie-Piet die het kinderfeest overschaduwt.

      Toch zie ik, nu de kruitdampen zijn opgetrokken, een positieve ontwikkeling, dit jaar. Naast de nu al bijna traditionele strijd tussen de pro-Pietpartij en de anti-Pietpartij wint een nieuwe tegenstelling aan belang. Een tegenstelling die los staat van de vraag hoe zwart Piet moet zijn, maar die de fanatici van beide partijen scheidt van de gewone ouders, oma's en Pieten van Nederland.

      Verreweg de meesten van hen willen in de eerste plaats dat het kinderfeest niet wordt verstoord. Wil je demonstreren en protesteren, best, maar doe dat buiten het gezicht van de kinderen. Door de toestanden van de afgelopen dagen heef de meerderheid van de Nederlanders zich gerealiseerd dat beperkende maatregelen daarvoor onvermijdelijk zijn.

      De vrijheid van meningsuiting verzet zich daar niet tegen. Die vrijheid is een groot goed, maar kent ook grenzen waar zij op andere belangen stuit, zoals het recht om niet gediscrimineerd te worden. Racistische uitlatingen vallen niet onder de vrijheid van meningsuiting.

      Bij pro- en anti-Pietdemonstraties is ook zo'n ander belang in het geding: het recht van kinderen op een ongestoord sinterklaasfeest. Maar dat staat niet in de wet. Iedere burgemeester moet op eigen houtje zien te regelen dat dit recht niet in het gedrang komt.

      Van te voren met alle partijen contact opnemen is één manier om daarin te voorzien. Burgemeester Hamming van Zaanstad heeft bij de nationale intocht laten zien dat dit mogelijk is. Maar het is ingewikkeld en arbeidsintensief, en afhankelijk van ieders medewerking.

      Is die medewerking er niet, dan kan een burgemeester alleen het openbare orde-argument aangrijpen om demonstraties te verbieden. Maar dat is om twee redenen onbevredigend. In de eerste plaats kunnen demonstranten die zich niet misdragen, op grond van dit argument niet worden geweerd. Ingevolge de Gemeentewet kan de burgemeester een 'noodverordening' uitvaardigen 'ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar'. Daarbij wordt gesproken van 'oproerige beweging, ernstige wanordelijkheden, rampen of zware ongevallen'. Hoe onaangenaam ook, demonstranten die met spandoeken en kreten een kinderfeest verpesten maar zich verder aan de regels houden, vallen hier niet onder.

      In de tweede plaats vormt het openbare orde-argument een uitnodiging om juist met verstoring en geweld te dreigen. Als de burgemeester dan uit vrees voor ordeverstoring demonstraties van de 'tegenpartij' verbiedt, hebben degenen die dreigden met geweld hun doel bereikt. Zo ging het vorig jaar in Dokkum en dat verdiende geen schoonheidsprijs.

      Willen we het kinderfeest beschermen tegen fanatiekelingen van beide kanten, dan moeten de wettelijke mogelijkheden van de burgemeester worden verruimd. Niet alleen de openbare orde verdient bescherming. Ook de openbare vreugde.

 

Terug naar overzicht met artikelen