UPOS EN DOWNS OP DE WEST LYCIAN WAY

 

[Op Pad,, 13 december 2018
ups-en-downs-op-de-west-lycian-way]

 

Wat een opluchting! Even zonk de moed me in de schoenen bij het passeren van het badplaatsje Fethiye, een boulevard met all-inclusive resorts in alle soorten en maten. Gelukkig slaat het busje dat ons op het vliegveld heeft opgehaald, al gauw rechtsaf, steil omhoog de bergen in. De weg wordt smaller, stoffiger, verliest zich in haarspelden. In het donker ontwaren we dichte pijnboombossen, daarachter schittert de zee in het maanlicht; verder weg de vage contouren van een eiland.

'Ah, you are the selfwalkers!' verwelkomt ons de baas van Muzzy's Place in Kayaköy. We blijken ongeveer gelijk-op te gaan wandelen met een SNP-groep die met dezelfde vlucht is aangekomen. Als selfwalkers houden Anneke en ik ons een beetje afzijdig, misschien voelen we ons een pietsje verheven boven de wandelclub.

De eerste dag is een heen-en-weertje naar Ölüdeniz. Keienklauteren, om te worden beloond met het mooiste uitzicht van Turkije: de gouden halvemaan van de lagune van het badplaatsje. Onderweg horen we tegenliggers Duits, Russisch en Nederlands spreken en uit de diepte stijgen feestgeluiden op, afkomstig van de toeristengülets die er het anker hebben laten vallen. Maar als we de volgende dag aan de echte Lycian Way beginnen, krijgt stilte de overhand.

De kustwandelweg, uitgezet door de Britse Kate Clow die twintig jaar geleden dit gebied ontdekte, beloopt nu in totaal zo'n vijfhonderd kilometer. De route is met roodwitte tekens gemarkeerd, wat iets vreemd vertrouwds oplevert, alsof we hier op het Pieterpad zitten, of een Franse GR, in plaats van in het verwegge Turkije.

Maar verder maakt de Lycian Way zijn woeste reputatie helemaal waar. Vandaag is het goodbye strandpromenades en beach clubs. Hello oude mannen met doorgroefd gezicht en met een hooivork of zeis in de hand. Hier weten ze nog wat oude mannen zijn! Voortschuifelend met gekromde rug in hun pofbroek en boernoes, zien ze eruit alsof de man met de zeis ze zelf ieder moment kan komen halen. Verder zien we alleen ezeltjes, een paar schonkige koebeesten aan een touw en geiten met een bel onder hun sik.

En het is stil! Highwaygeraas en strandfeestherrie hebben we achter ons gelaten, we horen alleen nog dat geiten-getinkebel, vogelgezang, het geplof van een bootje ver op zee. Na een inspannende klauterklim lopen we onder de vervaarlijke wand van de Baba Dagi (Vaderberg) langs, om daarna af te dalen tussen akkertjes, veldjes en moerbeiboomgaarden.

Zo groot en imponerend als het berggevaarte, zo klein is alles wat de mensen daartegenover stellen. We zien simpele, bedeesde aanzetten tot horeca voor de wandelaars. Gewoon een terrasachtige openluchtruimte op palen aan je huis bouwen, een komfoortje met een theeketel aanblazen, wat sinaasappels uit je tuintje halen, klaar.

Bij het afdalen naar onze bestemming Faralaya horen we een nieuw geluid: een aanhoudend diep gebrom. Is het de hoogspanningsleiding verderop? Nee, het is het gezoem uit de batterijen bijenkorven in de weitjes boven dit 'bijenhoudersdorp'.

Ook vandaag zagen we nog vrij veel wandelaars. Logisch: het is mei, met alles in bloei en de hele dag zon, maar niet te heet - hoogseizoen op de trail. Bovendien vertrekt iedereen op dezelfde tijd uit dezelfde etappeplaatsen. Beter is het een uurtje te wachten. Gaan Anneke en ik morgen doen. Vergenoegd horen we die avond de reisleider van de SNP‑groep aankondigen: 'Morgenochtend ontbijt om acht uur.' Tegen die tijd draaien wij ons nog eens om.

Dat kán ook, want geen Turkse horecauitbater zal het in zijn hoofd halen op z'n horloge te kijken om op het officiële tijdstip het ontbijt af te ruimen. Niet moeilijk doen, alles gaat hier professioneel maar zonder haast en gedoe. Wandelen in Turkije is ook vakantie van de Hollandse regeldrang.

De volgende dag gaat het verder, langs aandoenlijke akkertjes en vervallen muurtjes, landbouwterrassen, ooit veroverd op een ongastvrije natuur. Waar het groen is, is het ook diepgroen. Moerbeibomen en tarweveldjes schitteren ons tegemoet in de smalle vruchtbare oases die we na iedere bergrug in het dal doorkruisen. En amechtig verwelkomen, want intussen is de dagtemperatuur opgelopen tot 28 graden.

In een van die oases, Kabak, brengen we de volgende nacht door. Het dorp blijkt een uitgestrekt mozaïek van hippie-achtige campings en pensions. Ook ons hotel Turan Hill ademt die sfeer, het is een samenstel van de meest fantasierijke bouwsels - boomhutten en allerlei optrekjes van riet, hout, bamboe of zeildoek, kunstig tegen de helling geplakt temidden van een overdadige plantenzee.

Alles in Turan Hill ademt kwaliteit, maar dan op een verbazend onnadrukkelijke manier. 'Relaxed' is het woord dat ons onverbiddelijk te binnen schiet. Eigenlijk geldt dat voor de hele omgangsvorm aan de Turkse kust, maar hier nog eens aangelengd met een soort Californisch jaren-zeventigsausje. Om dat gevoel compleet te maken, drijven ons zachte sitarklanken tegemoet. In Kabak blijkt een grote yoga come-together aan de gang...

Anneke zit sip op de waranda van ons palenhutje en drinkt zoute karnemelk, een lokale specialiteit. En dé remedie tegen een zonnesteek, volgens de bazin van Turan Hill. Gisteren vergeten een hoed op te zetten, met algehele slapte en klappertanden tot gevolg.

Gelukkig blijven we twee dagen in Kabak. We spijbelen en maken het ons gemakkelijk aan het strandje beneden ons hotel. De prachtige kleine baai ligt er ongerept bij, met zelfs geen koffietentje. Alleen een strandsupertje is er, met flessen water, pringles, luchtbedden, en - maar dat verbaast ons al lang niet meer - een uiterst vriendelijke uitbater.

Kabak behoort tot de meest authentieke plekken die we onderweg tegenkwamen. Niet in het genre 'knus, onbedorven hotelletje'. Dat is onmogelijk vol te houden als je weet dat Turan Hill vorig jaar The Guardian en de Turkse Vogue haalde. The Sunday Times benoemde Kabak zelfs tot 'The Best Little Beach in Turkey'.

Authentiek is wel het unieke ondernemerschap dat hier opbloeit in de overgangsperiode naar groot toerisme. Lang-haar- en staartjesmannen, baardachtigen, stille leesmeisjes op een poef, sitarklanken - het is of de tijd hier heeft stilgestaan, maar het tegendeel is waar. Hier wordt met een virtuoos gevoel voor timing, een eigentijdse 'niche' gevuld.

De volgende dag ga ik in m'n eentje op pad naar Alinca, Anneke reist als lopend patiënt met de bagage mee. Het is de zwaarste etappe, zeshonderd meter stijgen langs wankele paadjes over het aambeeld van de zon.

Dagje alleen... hmmm, lekker wel. Vindt Anneke ook, denk ik. Andere mensen kom ik ook al niet tegen, de trail wordt stiller naarmate je verder op streek komt. De rust is weldadig na twee etmalen waarin het gebruikelijke dorpsconcert van hondengeblaf en hanengekraai ook nog eens werd aangelengd met Ravi Shankar.

Om twaalf uur word ik opgeschrikt; uit het diepe dal stijgen heldere klanken op. Nee, geen luidende klokken, maar de elektrisch versterkte geluidswaterval uit de luidsprekers van de minaret. Als de muezzin persoonlijk aan het woord was, zou het wel wat hebben, denk ik, maar nu vind ik het een intimiderende inbreuk op mijn stilte op de berg.

Alinca ligt op achthonderd meter. Hoger, steeds hoger, de helling houdt niet op. En de zon ook niet; na het eerste klimmetje ben ik al doorweekt. 'Eén grote Spafles is genoeg,' zei ik vanochtend tegen Anneke. Ze schudde haar hoofd en ze had gelijk: tegen het eind van de middag ga ik voor de zekerheid op rantsoen.

Ik voel me vandaag trouwens helemaal een soort ontdekkingsreiziger. Cactussen, een schildpad - hoe komt die zo hoog? -, boomwortels, steenslag en af en toe een schuifelpaadje, nauw twee decimeter breed, met rechts een diepe afgrond en links een bergwand met uitstekende stenen waaraan je je kan vastgrijpen... eventjes, want die stenen zitten los.

Uiteindelijk: een alpenweitje met wat geiten, bijeenschuilend onder een olijfboom. De wind die koelte brengt en komt aansuizen over de pas. De afrastering van veldjes en ten slotte de daken van huizen en de geur van brandend hakhout. Een geur die louter hartelijkheid en geborgenheid in herinnering roept, maar nu nog welkomer is: Alinca!

In het theehuis brandt de haard op volle kracht: drie vrouwen zitten een enorme stapel gözleme, flinterdunne pannenkoeken, te bakken - voor het hele dorp? Beetje meel, beetje deeg erbij en rollen maar. De stapel is al driekwart meter hoog.

Een paar andere selfwalkers zijn al eerder gearriveerd, want hier worden we door een busje opgehaald om naar Patara te worden gebracht. Busje is te vroeg, maar wij ook! Hollanders, bang om de bus te missen... we zijn langs de berghelling omhoog gepeesd, tot diepe verbazing van die schildpadden.

Nog meer Hollandse zorgen: zoals bijna iedere ochtend hebben we een overvloedig lunchpakket meegekregen en nu vragen mijn brave medereizigers zich af: mogen medegebrachte etenswaren hier wel worden genuttigd? Alsof de koekenbakkende vrouwen zich om zoiets zouden bekommeren. Maak je niet druk, doe zo'n beetje wat je goed dunkt, dan komt 't allemaal wel in orde, nu of straks of op de een of andere manier.

 

Onze laatste etappeplaats, Patara, was een van de belangrijkste havensteden van de oudheid. Ieder die toen wat voorstelde, is hier geweest: keizer Hadrianus, Alexander de Grote, apostelen Paulus en Lucas en niet te vergeten Sint Nicolaas. Onze eigen sint is hier geboren; Myra, waar hij bisschop werd, ligt even verderop.

Ons pension heet dan ook Saint Nicholas en is getooid met een afbeelding van de goedheiligman, maar dan in zijn Santa Claus-vermomming... katholieke heiligen zijn hier niet zo in trek. Wat overigens niet wil zeggen dat de islam hier fanatiek wordt beoefend. Elk dorp heeft zijn moskee met slanke minaret, van waar vijf keer daags die elektronische gebedsoproep weerklinkt, maar erg veel weerklank vindt die niet bij de mensen die we ernaar vragen.

In Ölüdeniz puften we uit in een beach club met een keur aan cocktails in de aanbieding, waaronder Blow Job en Sex on the Beach. Even verderop zagen we zowel geheel ingepakte vrouwen als topless baderessen aan het strand... kom daar in Nederland nog eens om.

Onze eerste dag in Patara, een wandeling langs het Romeinse aquaduct, sluit ik me aan bij de SNP-groep. We worden naar het begin van de route gebracht door Mustafa, de baas van ons pension. Niemand weet hier de weg zoals hij, als jongen liep hij hier al rond, met schapen. 'Mijn vader was de laatste nomade van de familie,' vertelt zijn zoon Gökhan. 'Hij kent hier alle geitenpaden, hij heeft ook Kate Clow geïnstrueerd bij het uitzetten van de Lycian Way.'

Wandelen in een groep geeft weer een heel ander effect dan gisteren; van stilte is geen sprake meer. Elf van de vijftien deelnemers zijn dames en ik hoor gesprekken opklateren over PMS, cupmaten in de aanbieding, ouwe hoepelrokken, enzovoort, en zo verder.

Het aquaduct valt op doordat er een 'zak' in zit: het voert door een dal. Elders bouwden de Romeinen dan meestal een overspanning; hier niet, hoe kan dat? Ook nu neemt een geanimeerde conversatie een aanvang. Over de niet te onderschatten kracht van luchtdruk in combinatie met communicerende vaten. Over oude tantes die een heel vijvertje leeg hevelden en niet bang waren voor kroos in hun mond, en kikkerdril. Het duurt niet lang of ik ben ervan overtuigd dat die Romeinen wisten wat ze deden. Deze dames zijn niet voor een kleintje vervaard; ook thuis nemen ze persoonlijk het hevelen, ontstoppen, aanzuigen en calibreren voor hun rekening, schat ik.

Ook Anneke is opgekrabbeld, die middag loopt ze zonder mankeren met me op naar zee. Patara heeft een prachtig strand, net als Kabak een beschermd natuurgebied. Het is er rustig, zelfs de Hollanders houden hun mond. Je hoort alleen de strandgeluiden van vroeger - het stukslaan van de branding, een verwaaide kinderstem, de lach van een meeuw.

Op de terugweg dwalen we door oud-Patara. De ruïnes liggen er overweldigend verwaarloosd bij. Ze lijken achteloos neergekwakt, een beetje hutje bij mutje gelegd zonder verdere poespas. Overeind staan nog wel de Bogen van Modestus, de Romeinse landvoogd van kort na Christus. De consoles waarop zijn beeld en die van zijn familieleden stonden, zitten er nog aan. Moet je net Modestus heten!

Echt uniek is het Bouleuterion, het amfitheater waar het parlement van de Lycische Liga vergaderde. Patara was de hoofdstad van deze stedenbond. Ruimschoots voor Christus functioneerde hier de eerste representatieve democratie in de geschiedenis: hoe meer inwoners een stad had, hoe meer afgevaardigden. De ontwerpers van de eerste Amerikaanse Grondwet verwezen expliciet naar dit voorbeeld!

 

Toen Mustafa zijn geiten verwisselde voor een paar hutjes voor toeristen, was Patara een armoedig boerengehucht. Nu is het een levendig toeristenstadje. Het gebied wordt in hoog tempo 'opengelegd', nieuwe wegen maken het beter bereikbaar.

Maar wat ze hier nog niet hebben, is een luchthaven. De vliegvelden van Dalaman en Antalya liggen allebei een eind weg, je moet er wat voor over hebben om hier te komen. De West Lycian Way is een secret hideaway waarvan het geheim langzaam maar zeker de wereld in sijpelt. Wil je zijn onschuld proeven, dan moet je je haasten. Of nee, haast je niet, gun deze kust nog wat respijt. Haast je langzaam!

 

Terug naar overzicht met artikelen