WARE VRIJHEID
Ruimte voor individuele overpeinzing en persoonlijke rekenschap

 

[De Jacobsstaf, december 2021
PDF: Jacobsstaf december 2021]

 

Hunkerend naar de vrijheid. Zo heet het nooit gepubliceerde boek dat mijn oom Bram, de oudste broer van mijn vader, schreef over zijn oorlogsherinneringen als joodse onderduiker. Die vrijheid was de meest basale die zich denken laat: verlossing van vervolging en levensgevaar.

          Vier jaar voordat die verlossing daadwerkelijk plaatsvond, had de Amerikaanse president Roosevelt zijn beroemde four freedoms speech gehouden, waarin hij positie koos tegen de dictaturen die deze vrijheden bedreigden. Twee van de vrijheden die hij noemde, waren ‘negatief’ geformuleerd: vrijwaring van vrees en van gebrek. De andere twee waren positieve verworvenheden: vrijheid van godsdienst en van meningsuiting.

           De ‘negatieve’ vrijheden uit de toespraak kwamen ongeveer overeen met de onderste twee treden van de piramide van menselijke behoeften die de psycholoog Maslow in diezelfde periode formuleerde: lichamelijk voortbestaan en veiligheid. Dat waren ook de basale vrijheden - je zou ook kunnen zeggen: zekerheden - waar mijn oom naar hunkerde.

          Na de bevrijding, toen mijn generatie opgroeide, werd de strijd om die verworvenheden binnen twintig jaar gewonnen. In hoog tempo ruimden onze ouders de laatste ‘negatieve’ onvrijheden op, niet alleen gebrek en vrees, maar ook onderworpenheid en knellende banden. Vrijheid en bestaanszekerheid werden voortaan gegarandeerd door een overheid die niet dwong, maar ‘faciliteerde’. Vaste grond voor het nastreven van Roosevelts ‘positieve’ vrijheden en het bestijgen van de hogere treden van Maslows piramide: het najagen en verwerkelijken van persoonlijke aspiraties.

          Kort nadat de babyboomgeneratie deze weg naar zelfontplooiing en individuele vrijheid was ingeslagen, begon de herleving van de Santiagopelgrimage, die sindsdien een exponentiële groei laat zien. Een toevallige samenloop? Of is er een verband? Als ik over die vraag nadenk, is er één beeld dat me steeds voor ogen schiet. Dat is het uitzicht vanuit mijn hotelkamer aan de Rúa dos Concheiros, waar ik in 2017 een paar dagen logeerde. Langs deze ‘Schelpverkopersstraat’ lopen de pelgrims sinds jaar en dag Santiago binnen.

          Eén overweldigend verschil met mijn eigen pelgrimage, een kleine dertig jaar tevoren, was daarbij onmiskenbaar. Altijd trokken pelgrims groepsgewijs naar Compostela; nu komt daar razendsnel verandering in. Was ik in 1989, lopend in mijn eentje, nog een uitzondering, nu zag ik bijna de helft van de pelgrims alleen voortstappen. Het leken wel meeuwen op een dak, die een bepaalde afstand tot elkaar in acht nemen, waarvan de spanwijdte afhangt van het aantal vogels.

          Vanwaar die klaarblijkelijke behoefte aan een individuele voortgang? Is er een religieuze component aan te ontwaren, zodat we de nieuwe populariteit van de camino in verband kunnen brengen met een herlevend geloof? Als dat al zo zou zijn, denk ik dat dit geloof weinig tot niets meer te maken heeft met de traditionele religieuze impulsen die ooit de camino groot maakten.

          Vrijheid, individuele vrijheid, zelfonderzoek, zelfontplooiing - het zijn bij uitstek eigentijdse aspiraties, producten van de bestaanszekerheid en de verzorgingsstaat die de generatie van mijn ouders voor ons opbouwden. Behoeften waarvan vroegere generaties, die hun handen vol hadden aan het nastreven van de basale vrijheden en behoeften van Roosevelt en Maslow, zich nauwelijks een voorstelling konden maken.

          De nieuwe vrijheid die de camino het gedurig toenemend aantal pelgrims biedt, is geen herleving. Het is een radicale breuk met de pelgrimage van vroeger, die aan alle kanten was ingekapseld in collectieve arrangementen, voorgeschreven zekerheden en vaste, gegeven rituelen.

          De hedendaagse pelgrimage biedt juist een bevrijding uit die beklemming. Ze schept ruimte voor individuele overpeinzing en persoonlijke rekenschap. Niet, zoals vroeger, om te voldoen aan voorgeschreven religieuze vereisten. Wie nu naar Santiago trekt, maakt zich juist tijdelijk los van alle banden die in zijn normale leven vanzelfsprekend zijn. Voor het eerst in zijn duizendjarig bestaan biedt de camino ware vrijheid.

 

Terug naar overzicht met artikelen