PELGRIMAGE ALS ANTIDEPRESSIVUM

 

[ In: Devotioneel ritueel, heiligen en wonderen, bedevaarten en pelgrimages in verleden en heden, uitgave Liturgisch Instituut Tilburg, 2001 ]

 

'Een bedevaartverhaal door een pelgrim zonder god', zoals mijn praatje in het programma staat aangekondigd, is een een beetje misleidende titel. Bij een 'bedevaartverhaal' denkt u aan een wonderlijke en stichtelijke vertelling, liefst een eigentijdse variant van de fameuze wonderen van de Camino waarover koning Alfonso X ons in zijn Cantigas heeft bericht.

         Nu heb ik natuurlijk heel wat pelgrimsverhalen te vertellen. Ook al is mijn pelgrimstocht al meer dan tien jaar geleden, de verhalen blijven je altijd bij - vooral de wonderlijke. Zoals mijn ontmoeting met een Belgische pelgrim die een hele lading 'intenties' bij zich had: wensen en smeekbeden van allerlei mensen, neergeschreven op papiertjes die in Santiago aan de voeten van de apostel moeten worden gelegd. Om zijn rugzak niet te zwaar te maken, had deze Belg al zijn vrienden en kennissen bevolen hun intenties op sigarettenvloeitjes neer te schrijven.

         Maar toch begon zijn bagage hem steeds zwaarder te wegen, en op een gegeven moment stuurde hij het zwaarste onderdeel - zijn tent - naar huis. Maar heel gek, vertelde hij mij - het leek alsof zijn rugzak daarna helemaal niet lichter was geworden. En nu vroeg hij zich af of dat niet het gewicht was van al dat lijden, al die zwarigheid die hij, neergeschreven op sigarettenvloeitjes, op zijn schouders torste.

 

Dat is toch een stichtelijk bedevaartverhaal, of niet soms?  Maar ik heb als tegendraads pelgrim ook minder stichtelijke in voorraad. Zoals dat over de paters Benedictijnen van Egmond. Een kennis van mij, die een retraite deed in dat klooster, vertelde dat de paters tijdens de maaltijd kregen voorgelezen uit mijn boek. Toevallig was hij net te gast toen de passage werd bereikt waarin ik het uiterlijk beschrijf van de kloosterlingen in de abdijen waar ik op mijn tocht overnachtte. 'Er zijn er altijd bij,' schreef ik, 'met vreemde, verkeerde kapsels, verwarde oogopslagen, veel te zware wenkbrauwen, overdreven vlezigheid of juist uiterste ielheid, voortijdige kaalheid, schokkerige mimiek of een combinatie hiervan.'

         Die vriend van mij vertelde dat hij tijdens het voorlezen van deze passage alleen maar strak naar zijn bord dorst te staren, zó godsgruwelijk bang was hij om een van die paters aan te kijken.

 

Ik heb ook nog een bedevaartverhaal over pater Van Kilsdonk. Voor mijn vertrek leek het me een goed idee om een brief van een heuse pater mee te nemen, die verklaarde dat ik geen coquillard was, geen uitvreter, maar een gerechte pelgrim, die zeker aanspraak kon maken op de gastvrijheid en vrijgevigheid van de christelijke goegemeente.

         Ik kende pater Van Kilsdonk zoals iedereen die ooit in Amsterdam studeerde hem kent, maar ook van een paar jaar tevoren, toen ik hem eens had benaderd voor een interview. Door de telefoon stelde hij me toen een paar gerichte vragen omtrent mijn bijbelkennis, en gaf me daarna te verstaan dat de benodigde ondergrond voor een vruchtbaar gesprek helaas ontbrak.

         Maar dit keer wist ik hem wel over te halen, en uiteindelijk was hij zelfs bereid een drietal aanbevelingsbrieven voor me te schrijven, in het Frans, het Engels en het Latijn. De hele route door speurde ik naar een kans om dit Latijnse getuigschrift te gebruiken. Mijn kans kwam ten noorden van Bordeaux, waar ik midden tussen de velden een traditionalistische pater van mgr Lefebvre tegenkwam. Hij leek sprekend op Don Camillo, zoals hij me tegemoet hobbelde met een fiks embonpoint onder een zwarte soutane. Dit was het moment!

         Triomfantelijk haalde ik Van Kilsdonks laudatio te voorschijn. Don Camillo liet zijn blikken zeer kort over de regels glijden, waarbij hij het epistel op zijn kop hield. Daarna zei hij dat ik met hem mee mocht komen. Pater van Kilsdonk had dus niet voor niets zijn best gedaan.

 

 

Een metamorfose

Mooie verhalen. Pelgrimsverhalen, vertellingen van een pelgrim, een peragrinus, iemand die door de velden trekt. Maar zijn het ook bedevaartverhalen? Voor een echt bedevaartverhaal is ook een element van bekering nodig. Ergens onderweg moet een metamorfose optreden, een 'initiatische ervaring'.

         Nu was ik daar ten tijde van mijn pelgrimstocht helemaal niet op tegen. Er waren genoeg dingen in mijn leven die ik eigenlijk wel anders zou willen aanpakken. Het leek me prima om helemaal gelouterd 'als een ander mens' terug te komen. Alleen - hoe doe je dat eigenlijk, zo'n initiatische ervaring?

         Vaak genoeg probeerde ik een gedachtenlijn te openen over alles wat er anders moest na mijn terugkeer. Maar even zeker als ik zelf voortstapte, leken zulke exercities gedoemd om vast te lopen in een taaie brij. Liet ik mijn gedachten vrij, dan waaierden ze alle kanten uit, maar zodra ik ze wilde toespitsen op mijn toekomstig functioneren als Nieuwe Mens, weigerden ze uit hun holletje te komen. Ze bleven alleen de vraag herhalen, op het ritme van mijn voetstappen.

 

In het begin van mijn pelgrimstocht, dat zich in mijn geval dus in Noord-Spanje afspeelde, had ik nog niet veel last van zulke gedachten. Daar was eenvoudigweg geen tijd voor: het Spaanse deel van de Camino is bezaaid met monumenten, verhalen en allerhande parafernalia die voor de pelgrim van betekenis zijn. Ook loop je er voortdurend andere pelgrims tegen het lijf. Eigenlijk heb je het op dat traject gewoon druk: je staat bloot aan een bombardement van indrukken, die allemaal vereisen dat je iets doet of denkt.

         Pas in Frankrijk, waar de pelgrim min of meer zijn eigen weg moet zoeken, kreeg ik ruimte voor rust en overpeinzing. Vooral in Noord-Frankrijk, het Ile de France, met zijn traag dalende en stijgende asfaltlinten door het uitgestrekte niks. Dat was het land waar ik niets de denken of te schrijven vreesde te hebben. Ik had mezelf in gedachten zelfs vrijgesteld van het getrouwelijk te voet voltooien van dit traject. En inderdaad, een landschap met minder prikkels dan Noord-Frankrijk is niet denkbaar. Toen ik er aankwam, in augustus, was het er nog leger dan anders. De akkers toonden alleen nog stoppels. Het land lag er kaal maar groots bij.

         Behalve mijn eigen voortstappen gebeurde hier de hele dag niets. Niemand om mee te praten, niets waaraan de gedachten bleven haken. Tegen de namiddag trok lage heiigheid over de velden, heel licht, waardoor de overgang naar de avond nog langer leek te duren. Door die nevel en verstildheid leek het landschap nog langzamer aan me voorbij te trekken dan ik liep.

         Ik voelde me als een passagier in de benenwagen met uitzicht door het raam. De wagen deed het werk, mijn gedachten namen hun eigen loop. Ze gingen op zoek naar losse eindjes om aan elkaar te knopen, ze probeerden enige orde te scheppen in de baaierd van ervaringen die zich op het Spaanse traject in mijn hoofd had opgebouwd.

         Zat er ook een grote lijn in die gedachtenspinsels? Voerden ze mij misschien toch naar die begeerde initiatische ervaring, die alsnog een ander mens van mij zou maken? En zo niet, waarheen dan wel? Na een paar dagen voortstappen langs de D 97 wist ik het antwoord. De meeste losse eindjes waren toen wel provisorisch aan elkaar geknoopt. Wat restte was... niets. Ik begon me te realiseren dat ik het grootste deel van de dag simpelweg nergens aan dacht. Mijn gedachten waren aan een voortschrijdende verdwijning ten prooi.

 

Het gekke is dat dit sindsdien zo gebleven is. Ik ben nog steeds een toegewijd wandelaar, en het grootste deel van mijn wandeltochten denk ik aan niets. Vroeger was dat heel anders. Toen piekerde ik tijdens het wandelen heel wat af over levensproblemen in het verre Amsterdam. Maar sinds Compostela is dat afgelopen - miraculo del Camino!

 

 

Denkend aan niets.. zie ik

Nu is het ook weer niet zo dat ik hersendood door de velden stap. In bepaalde delen van mijn hersenpan is het een drukte van belang. Er is een automatische piloot in werking, die alles regelt wat voor de voortbeweging nodig is. In andere hersenkwabben wordt geregistreerd dat er vogeltjes zijn die mooi fluiten en dat er vergezichten voorbijtrekken. Maar is dat een vorm van denken? Volgens mijn vriendin Marian niet. Zij is fotograaf en ze zegt: Kijken verdringt het denken. Als je kijkt, dan denk je nog niet. Denken komt daarna pas. Je kunt ook kijken, horen, ruiken en voelen zonder te denken.

         En ik geloof dat ze gelijk heeft. Als ik aan het wandelen ben, is de hersenafdeling waar normaal gesproken alle grote en kleine besluiten worden genomen die een mens in zijn netwerk overeind houden, in diepe rust verzonken. Dat deel van de hersenpan ligt er even verlaten bij als het Ile de France in de herfst. Of misschien kan ik het beter vergelijken met een veld vol lupine of koolzaad - gewassen die een boer periodiek aanplant om zijn akkers lucht en vruchtbaarheid te hergeven. Verder leveren ze niets anders op dan mooie bloemen en lekkere geuren.

         En als ik deze vergelijking van ons hoofd met een akker nog wat verder mag doortrekken: we hebben tegenwoordig meer dan ooit behoefte aan zo'n periodieke groenbemesting. De grond van onze hoofdakker raakt immers veel sneller uitgeput dan vroeger. Door de enorme variëteit aan oogsten die er wordt verbouwd, en door het tempo waarin de gewassen omhoogschieten, zou die akker eigenlijk om de paar jaar een tijdje braak moeten liggen.

        

Het is voor mij altijd opnieuw een verrassende ervaring dat ik op wandeltocht het grootste deel van mijn alledaagse gedachten helemaal niet nodig blijk te hebben. Het is een gevoel dat veel reizigers goed bekend is op materieel gebied: alles wat je nodig hebt, past in een rugzak of een koffer. Je huis, je auto, je vrouw en je computer, die blijk je helemaal niet te missen. Op gedachtengebied geldt hetzelfde. In het begin van de wandeling loop je nog ijverig na te denken, omdat je dat zo gewend bent, en omdat je denkt dat het ergens voor nodig is. Maar na een tijd merk je dat je mét je computer en je meubeltjes ook het grootste deel van je gedachten thuis kunt laten.

         Als ik dat gevoel in één woord zou moeten beschrijven, dan hoef ik niet lang na te denken. Vrijheid! Vrijheid in de dubbele betekenis van het engelse 'freedom'. Als een positieve verworvenheid, het ervaren van dingen die je graag wilt. En ook als het gevrijwaard zijn van dingen die je niet wilt. Freedom's just another word for nothing left to loose, zong Janis Joplin. Hoe minder je meeneemt, letterlijk en figuurlijk, hoe meer vrijheid je deel zal zijn. Waarbij het overigens wel handig is als zich in die geringe hoeveelheid bagage ook een stuk of wat creditcards en een reisverzekeringspolis bevinden.

 

 

Bevrijding van tijdgebrek

Vrijheid is een mooi, maar vaag begrip. Laat ik het op twee manieren wat nader proberen te omlijnen. In de eerste plaats heeft dat vrijheidsgevoel iets te maken met het verloop van de tijd. Een pelgrim baadt zich in een zee van tijd. Dat felbegeerde goed is opeens van zijn schaarste ontdaan. Je hoeft niet meer elk moment van de dag met een activiteit in te vullen, zoals we in onze stress-samenleving gewend zijn geraakt.

         Wat tijdbesteding betreft zijn we de laatste eeuwen alleen maar 'calvinistischer' geworden: het arbeidsethos heeft zich over ons hele leven uitgebreid, inclusief ons sociale leven en onze vrije tijd. Ook onze jeugd en onze oude dag slibben steeds verder dicht met allerlei vormen van tijdbesteding. Daardoor is het voor ons nauwelijks meer te geloven dat een mens tijd 'over' zou kunnen houden, tijd over de balk kan smijten. Vandaar dat je als pelgrim vaak het gevoel hebt dat er iets mis is met de tijd: die lijkt langzamer te gaan dan normaal.

         Dat geldt in het bijzonder voor de zomer, als de dagen lang zijn. Een zomernamiddag, overgaand in de vroege avond, duurt wel vijf uur. Het is mijn favoriete deel van de dag. De geuren worden intenser, de schaduwen lang en loom; alles lijkt tot stilstand te komen, ook de tijd. Onwillekeurig vertraag je zelf ook je tempo; laat het moment van aankomst nog maar even wachten.

         Het is een voorafspiegeling van het gevoel dat veel pelgrims bekruipt als ze Santiago naderen. Waarom zou een mens eigenlijk ergens willen aankomen? Onderweg zijn - daar gaat het om. In dat opzicht vormt de pelgrimage naar Compostela een veel groter contrast met ons alledaags bestaan dan die naar Rome of Lourdes. Voor Lourdesgangers telt vooral de bestemming, een plek waar ze door effectief handelen concrete resultaten hopen te boeken. In dat opzicht verschilt hun reis niet zo erg van hun normale leven. Wie naar Liurdes trekt, weet wat hij wil.

         Wie naar Santiago trekt, maakt zich juist los van begrippen als efficiëntie en effectiviteit. Vaak weet hij juist niet wat hij wil, maar gaat hij op pad om daar achter te komen. Start of finish zijn niet van belang - dat zijn begrippen uit een andere wereld, de wereld van productief nadenken en handelen, de wereld waarvan je als pelgrim bent vrijgesteld.

 

 

Bevrijding van keuzen

Minstens even belangrijk als het gevrijwaard zijn van tijdgebrek lijkt me een tweede aspect van de vrijheid van de pelgrim: je bent vrijgesteld van het maken van keuzen. Ons dagelijks leven heeft de laatste decennia op haast ieder gebied een exponentiële groei van keuzemogelijkheden te zien gegeven. Veel mensen raken daardoor overweldigd. Sommige psychotherapeuten verklaren de toename van het aantal depressiegevallen onder jongeren direct uit dit bombardement van keuzemogelijkheden.

         Misschien is een pelgrimstocht heden ten dage dus een prima antidepressivum. Eigenlijk is het immers een heel eenvoudige bedoening. Wat is simpeler dan steeds je ene been voor het andere te zetten? Eerst deze stap, dan de volgende, dan deze dag, deze etappe - en verdomd, je loopt zomaar een paar duizend kilometer.

         Daar komt bij dat je als pelgrim, hoe ver je ook loopt door vreemd gebied, een gevoel van vertrouwdheid met je omgeving ervaart. Hoe lang hij ook is, de Camino heeft iets intiems. Er is een Doel, de tocht is niet oeverloos. Je ervaringswereld is afgegrensd tot een heel bepaalde omgeving. Die lange route lijkt een beetje op een huiskamer, ook al doordat zij elke dag het decor vormt voor dezelfde bezigheden, dezelfde routines, die vanzelf verlopen zonder dat je er keuzen voor hoeft te maken.

 

Het zou me niet verbazen als deze werking van de pelgrimstocht als antidepressivum ook in de Middeleeuwen al gold. Niemand had toen nog van depressies gehoord, omdat er nog geen psychologen waren. Maar men trok niet zomaar voor de lol naar Compostela. Men ging voor gunst, gratie of genade - men hoopte op verlichting van de vele onzekerheden die het bestaan toen kende, zowel op aarde als aan gene zijde.

         Ook toen gold trouwens al dat er op een pelgrimstocht weinig te kiezen viel. Die gunsten van de heilige Jacobus kreeg je alleen als je alles precies volgens het boekje deed. De middeleeuwse Camino was opgezet als het Ganzenbord. Die en die relikwieën bezoeken, daar dit en dat gebed zeggen, dan mocht je een paar zetten vooruit, of kreeg je een stapeltje fiches toegeschoven. Was je het bord rond, dan kreeg je onder gejuich de pot in handen gedrukt: een aflaat van in het gunstigste geval honderd procent - een vrijgeleide waarmee je in een vloek en een zucht het vagevuur passeert.

         Daarbij zat wel een addertje onder het gras. Er waren kleine lettertjes met een ontbindende voorwaarde, en die voorwaarde luidde dat je op het moment suprême ook de juiste gedachten moest koesteren. Om de jackpot te scoren moest je leedwezig van harte, in staat van oprecht berouw over je zonden, de Puerta del perdón binnengaan. Dus: één verkeerde gedachte bij het betreden van die kathedraal in Santiago en daar ging je hele eeuwigheid naar de bliksem, en kon je weer overnieuw beginnen.

         Dat is het grootste verschil met de nieuwe bedevaartpraktijk die nu in volle opbloei is: de hedendaagse pelgrim is vrij in zijn gedachten, en de grootste vrijheid ervaart hij als hij helemaal nergens aan denkt.

 

 

Camino flexibel

Mijn bedevaartverhaal is een beetje een psychotherapeutische verhandeling geworden. Laat ik tot slot proberen de eindjes aan elkaar te knopen. Als je het door de eeuwen heen bekijkt, heeft de camino de Santiago een ongelooflijk aanpassingsvermogen aan de dag gelegd. Bij alle maatschappelijke en religieuze veranderingen die Europa onderging, toonde de Camino steeds opnieuw levensvatbaarheid. Hij vormde het decor voor steeds nieuwe geloofs- en gemoedsstemmingen.

         In de Middeleeuwen had je de pelgrimstocht als schuldenregeling met de Schepper en als strijdtoneel van de reconquista, de herovering van Spanje op de moslims. In de Renaissance kreeg een meer individuele en 'bevindelijke' pelgrimage de overhand. Daarna werd de Camino weggevaagd met de Reformatie, herleefde hij ultravroom met de Contrareformatie, zakte hij midden twintigste eeuw opnieuw totaal in elkaar, en is hij tegenwoordig weer springlevend. Die huidige opleving is een nieuwe stap in die ontwikkeling naar bevindelijkheid. Meer dan ooit is de Santiago-pelgrimage een persoonlijke onderneming geworden.

         Maar de enorme flexibiliteit van de Camino laat zich niet alleen aflezen aan hetgeen er door de eeuwen heen aan is veranderd. Er is ook iets dat al die tijd hetzelfde is gebleven - en dat is dit: pelgrims zochten op de Camino altijd datgene dat ze in hun dagelijks leven het meest ontbeerden. In de Middeleeuwen zochten zij verlichting van de vele onzekerheden waar zij mee te leven hadden. Mensen hadden toen niet veel te kiezen, zowel hier als in het hiernamaals moesten ze maar afwachten wat de Almachtige voor hen in petto had. Een bedevaart was een uiterste middel om enige invloed uit te oefenen op hun eigen lot, in een poging tot een soort ruilhandel met de Schepper.

         Later hebben we ons meer zekerheden verschaft, we zijn veel meer meester geworden over ons eigen bestaan. Wanhopige deals met het Opperwezen zijn niet meer zo nodig. De pelgrimage naar Compostela begon pas aan zijn laatste revival toen die toename van maatschappelijke en economische zekerheid zo ver ging dat het aantal keuzemogelijkheden van de weeromstuit de pan uit begon te rijzen. Sinds een jaar of tien, twintig zijn we dag in dag uit druk bezig om door een zee van keuzemogelijkheden te laveren. We kunnen nu in hoge mate ons eigen lot bepalen, maar welk lot zullen we vandaag eens kiezen? Die vraag vermoeit en verwart ons.

Maar opnieuw brengt de Camino ons verlichting. Toen we even niet opletten omdat we het te druk hadden met onszelf en met ons netwerk, heeft hij zich soepeltjes aangepast aan onze nieuwe behoeften. Wat hij ons nu te bieden heeft is niet meer een vorm van zekerheid, zoals onze voorouders uit de middeleeuwen die begeerden. De hedendaagse Camino stelt ons juist in staat om tijdelijk met minder zekerheden te leven. Wat hij ons schenkt is geen zekerheid, maar vrijheid - vrijwaring van een teveel aan keuzen, en bevrijding van een teveel aan gedachten.

Terug naar overzicht met artikelen